Nieuws - BTW Wat vraagt de nieuwe rapportageverplichting van online platforms?
Ondernemers die een online platform exploiteren, vallen vanaf 1 januari 2024 onder een nieuwe rapportageverplichting. Online platforms moeten vanaf die datum op grond van de EU-Richtlijn voor gegevensuitwisseling digitale platforms (DAC7) de gegevens van hun verkopers actief verstrekken aan de Belastingdienst. Om welke gegevens gaat het precies en wie krijgt met deze nieuwe verplichting te maken?
In Europa wordt jaarlijks naar schatting nog steeds zo’n € 100 miljard te weinig aan btw geïnd. Dit wordt ook wel de ‘VAT gap’ (btw-kloof) genoemd: het totale verschil tussen de verwachte btw-inkomsten en de effectief geïnde bedragen. Een groot deel hiervan wordt toegerekend aan de grensoverschrijdende handel via internet (e-commerce). Voor de belastingdiensten is de controle en bestrijding van btw-fraude bij grensoverschrijdende internetverkopen van goederen en diensten een uitdaging. Vandaar dat de Europese Commissie de laatste jaren regelmatig met nieuwe richtlijnen en voorstellen komt, die de fiscale transparantie en gegevensuitwisseling tussen belastingdiensten van de EU-lidstaten moeten verbeteren.
Wat ging hieraan vooraf?
De Europese Commissie heeft reeds in 2011 de ‘Directive on Administrative Coöperation (DAC)’ opgesteld, waarmee de basis is gelegd voor de automatische gegevensuitwisseling en andere vormen van wederzijdse bijstand tussen de belastingdiensten binnen de EU. De oorspronkelijke DAC en de daaropvolgende richtlijnamendementen (t/m DAC4) waren met name gericht op informatie-uitwisseling, afkomstig van grote financiële instellingen, banken en grote ondernemingen. Vanaf DAC5 verschuift dit richting het mkb. Zo is DAC5 gericht op het verstrekken van inlichtingen over witwaspraktijken die in Nederland hebben geleid tot de welbekende Wwft. Het richtlijnamendement DAC6 resulteerde in een actieve inlichtingenverplichting voor belastingplichtigen en intermediairs van bepaalde grensoverschrijdende constructies.
Wat houdt DAC7 in?
Met de invoering van DAC7 krijgen online platforms een nog grotere rol bij de handhaving en controle van de btw-heffing. Platforms die niet zelf (al dan niet als commissionair) goederen verkopen, zijn reeds vanaf medio 2021 op basis van de zogeheten ‘platformfictie’ bij afstandsverkopen in bepaalde situaties verantwoordelijk voor het innen en afdragen van btw. Dit jaar is daar dus een nieuwe rapportageverplichting voor online platforms (DAC7) aan toegevoegd. In Nederland verplicht DAC7 exploitanten van een online platform die in Nederland (lees: EU) gevestigd zijn om actief informatie met de Belastingdienst te delen over de identiteit van verkopers van goederen en diensten en hun omzet die zij via het platform realiseren. Dat geldt voor verkopers die ingezetene zijn van een EU-lidstaat of niet-EU-ingezetenen die onroerend goed verhuren dat in een EU-lidstaat gelegen is. Vervolgens is de Belastingdienst verplicht om die informatie automatisch te verstrekken aan de belastingdienst van de EU-lidstaat waarvan de verkoper ingezetene is of waar het verhuurde onroerend goed gelegen is.
Online platform
Onder een platform wordt verstaan: ‘elke software, website, app of andere mobiele toepassing, die toegankelijk is voor gebruikers en waardoor verkopers in staat worden gesteld om verbonden te zijn met andere gebruikers voor het verrichten van relevante activiteiten’. Bekende platforms zijn bijvoorbeeld Booking.com, AirBnB, Marktplaats, Bol.com, Thuisbezorgd.nl. De DAC7-rapportageverplichtingen gelden niet alleen voor grote ondernemingen. Élke onderneming met een website waarop bijvoorbeeld naast het eigen aanbod ook goederen en diensten van derden worden aangeboden, valt in beginsel onder de DAC7-verplichtingen. Denk bijvoorbeeld aan websites van vakantieparken waarop ook particuliere eigenaren hun vakantiewoningen te huur kunnen aanbieden. De relevante activiteiten die onder de rapportageplicht vallen zijn ruim geformuleerd en omvatten:
- de verhuur van onroerend goed;
- het verrichten van persoonlijke diensten en beleggingsdiensten;
- de verkoop van goederen;
- de verhuur van voertuigen/transportmiddelen.
Te rapporteren informatie
Platformexploitanten moeten onder DAC7 dus informatie verzamelen en verifiëren over de platformverkopers en over de platformverkopen die zij realiseren. Het gaat op hoofdlijnen onder andere om de NAW-gegevens, btw-identificatienummers, de identificatiecode van de financiële rekening van de verkopers, de per kwartaal behaalde totale omzet, het aantal relevante activiteiten en alle honoraria, commissielonen of belastingen die de platformexploitant heeft ingehouden of geheven (dit is géén volledig lijst). Deze informatie moet in beginsel verzameld en geverifieerd zijn op 31 december van het betreffende kalenderjaar waarover moet worden gerapporteerd. Uiterlijk op 31 januari van het opvolgende kalenderjaar moet de informatie dan aan de Belastingdienst worden gerapporteerd.
Platforms die níet onder DAC7 vallen
Platforms die onder de nieuwe rapportageverplichtingen vallen, brengen dus vraag en aanbod bij elkaar. Daarbij moet het wel om ‘derden’ gaan. Met andere woorden: ondernemers met een webshop of app die alleen eigen producten of diensten aanbieden, vallen buiten de reikwijdte van DAC7. Ook voor platforms die uitsluitend advertenties plaatsen, gebruikers doorverwijzen naar een platform of enkel betalingen verwerken, zijn de DAC7-rapportageverplichtingen niet van toepassing. Deze platforms kunnen in dat geval de status ‘uitgesloten platformexploitant’ bij de Belastingdienst aanvragen. Deze status moet wel uiterlijk vastgesteld zijn op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarover moet worden gerapporteerd.
Extra stok achter de deur
Platformexploitanten en verkopers die van platforms gebruikmaken, moeten beseffen dat hun identiteit en commerciële activiteiten onder DAC7 in toenemende mate bekend zijn bij de belastingdiensten. Ook voor aanbieders van betalingsdiensten (ook wel: Payment Service Providers) gelden per 1 januari 2024 namelijk nieuwe informatieverplichtingen op basis van de Wet implementatie Richtlijn betalingsdienstaanbieders. Kort samengevat komt deze nieuwe wet erop neer dat betalingsdienstaanbieders (zoals PayPal) informatie moeten verzamelen – die ze ook actief moeten delen met de Belastingdienst – over betalingen waarvan de betaler en de begunstigde zich in verschillende EU-lidstaten bevinden. Of waar de begunstigde buiten de EU en de betaler binnen de EU is gevestigd. Het gaat hier dus om betalingen met betrekking tot grensoverschrijdende e-commercetransacties. Het idee is dat belastingdiensten met deze informatie kunnen controleren of de informatie correct is die webshops en platforms zelf verstrekken.
Tip
Is je klant een platformexploitant of verkoper van goederen of diensten via een platform? Adviseer hem of haar dan om alle activiteiten in kaart te brengen en bepaal op basis daarvan de btw-behandeling van deze activiteiten. Zorg voor een tijdige btw-registratie (zo nodig met terugwerkende kracht) in de relevante EU-landen, of laat je klant zich aanmelden voor het éénloketsysteem bij de Belastingdienst.
Toenemende controle door de Belastingdienst
Het is duidelijk dat belastingdiensten met de nieuwe rapportage- en informatieverplichtingen de beschikking krijgen over grote hoeveelheden data. Daarmee worden de belastingdiensten tegelijkertijd ook voor de nodige uitdagingen gesteld. Om btw-fraude op te kunnen sporen, zullen al die beschikbare data namelijk eerst moeten worden geanalyseerd en in de juiste context worden geplaatst. In Nederland zullen bij de uitvoering ongetwijfeld nog kwesties omtrent privacy van persoonsgegevens en proportionaliteit aan de orde komen. Zeker gezien de recente affaires waar de Belastingdienst mee te maken heeft in verband met onduidelijke data-analyses, vooringenomenheid en controles op basis van (on)gerechtvaardigde bewijsvermoedens. Volgens de tijdlijn van de Belastingdienst zelf zou de automatische uitwisseling tussen EU-lidstaten per 29 februari 2024 moeten starten. We gaan het zien.
Wat nu te doen?
Wanneer je klant een platform exploiteert dat onder de nieuwe DAC7-rapportageverplichting valt, is het belangrijk dat hij/zij direct begint met het verzamelen en verifiëren van de gegevens van de verkopers en dienstverleners die vanaf 2023 van zijn of haar platform gebruikmaken. Bij die gelegenheid zal ook meteen moeten worden bepaald welke procedures en controles in de organisatie moeten worden ingevoerd om ook tussentijdse wijzigingen van activiteiten te kunnen signaleren en controleren. De inventarisatie van de relevante informatie moet op 31 december 2023 zijn afgerond, zodat deze gegevens uiterlijk op 31 januari 2024 aan de Belastingdienst kunnen worden verstrekt. De rapportage van verkopers en dienstverleners die al vóór 2023 van jouw platform gebruikmaakten, dient één jaar later (uiterlijk 31 januari 2025) aan de Belastingdienst te worden verstrekt.
Auteur
mr. Roger J.H. Klinkeberg is als btw-specialist en docent verbonden aan Fiscount.