Adviseurs volgen eisen garantievoorzieningen vaak niet goed
Veel adviseurs hebben (om fiscale redenen) cliënten in het verleden geadviseerd om elk jaar een percentage van de omzet in een algemene garantievoorziening op te nemen. In de praktijk worden er door het jaar heen nauwelijks of geen werkelijke garantiekosten van deze voorziening afgeboekt. Ultimo boekjaar wordt de voorziening simpelweg aangepast in lijn met de omzetontwikkeling. Voor het mogen vormen van een garantievoorziening gelden echter dezelfde eisen als voor alle voorzieningen. In werkelijkheid wordt zelden voldaan aan de (fiscale en zeker de jaarrekeningtechnische) voorwaarden om een voorziening te mogen vormen.
Een voorziening mag (en moet) worden gevormd indien:
- kosten hun oorsprong hebben in het boekjaar of eerder;
- de kosten redelijk betrouwbaar zijn in te schatten;
- én het waarschijnlijk is dat de kosten zich ook echt zullen voordoen.
Met name die tweede eis zorgt ervoor dat een voorziening meestal niet mag worden gevormd. Om te beginnen leggen ondernemingen de garantiekosten (o.a. tijd en materialen) niet apart vast, waardoor er geen betrouwbare ervaringscijfers zijn. Daarnaast is er vaak sprake van een door de jaren heen wisselende hoogte van garantiekosten. Soms zitten de kosten in slechts een paar grote gevallen en het aantal en de ernst van die garantiegevallen verschillen vaak ook sterk per jaar. Kortom, het vormen van een (algemene) voorziening garantiekosten is slechts mogelijk voor ondernemingen die de garantiekosten goed registreren en ook een regelmatig patroon kennen in de hoogte van die kosten. Die combinatie komt zelden voor.