Hoe groot mag je cliënt zijn?
In de assurancepraktijk geldt dat een cliënt met een omvang van meer dan 15% van de omzet van het kantoor een bedreiging is voor de onafhankelijkheid. U moet dan maatregelen treffen die die bedreiging terugbrengen tot een aanvaardbaar risico. Een cliënt met een structurele omvang van tussen de 5% en 15% is voor u natuurlijk wel belangrijk. Maar hoe objectief bent u ten opzichte van zo'n grote opdrachtgever? Wanneer moet u voor een dergelijke cliënt ook aanvullende maatregelen nemen? Hierbij is - naast uw relatie met de cliënt en de aard van de opdracht (o.a. of het om een assurance-opdracht gaat) - nog een aantal aspecten belangrijk.
De antwoorden op de volgende punten zijn ook van invloed op de vraag of u geen, beperkte of vergaande maatregelen moet nemen rond de bedreiging voor uw objectiviteit:
- Rendeert de cliënt goed, of zijn er liquiditeits- c.q. continuïteitsproblemen?
- Is er sprake van een groot derdenbelang, zoals externe financiering?
- Betreft het een cliënt met complexe activiteiten die u lastig kunt doorgronden en /of bevat de jaarrekening veel schattingsposten?
- Heeft de cliënt een goede eigen boekhouder of een op financieel gebied kundig bestuur – of leunt het bestuur hierin sterk op?
- Als u de samenstellingsopdracht uitvoert, is er dan ook nog een ander kantoor betrokken als controlerend accountant?
Aandachtspunten
- Het gaat om de omvang van de gehele groep. Stelt u zich maar de vraag: hoeveel omzet raak ik kwijt als ik ruzie krijg met deze cliënt?
- Structurele (jaarlijkse) omzet is belangrijker dan incidentele omzet.
Let op: een voor de hand liggende maatregel bij objectiviteitskwesties is het inschakelen (bijvoorbeeld voor een tweede lezing) van een niet bij de opdracht(gever) betrokken accountant. Als dit een medevennoot is, zal de omvang van de cliënt ook voor diens eigen objectiviteit een probleem zijn. Het is dan wenselijk om een accountant te zoeken van buiten de organisatie.