Wijzigingen RJ-Uiting 2020-15 ook van belang voor MKB
De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft op 23 december jl. RJ-Uiting 2020-15 gepubliceerd: ‘Ten geleide bij Richtlijnen 221, 270, B5 en B13 (aangepast 2021)’. Deze RJ-Uiting verwijst terug naar RJ-Uiting 2019-15 en behandelt de wijzigingen in de verslaggeving over opbrengsten. Beide RJ-Uitingen zijn een nadere uitwerking van de implementatie van IFRS 15 ‘Revenue from Contracts with Customers’, vrij vertaald ‘opbrengsten uit contracten met afnemers’. Dit haakt aan op hoofdstuk B13 ‘Winst- en verliesrekening’ in de RJk, maar de wijzigingen raken met name de post ‘onderhanden projecten’. Daardoor is deze RJ-Uiting ook van belang voor het MKB.
De wijziging die het meest in het oog springt, is het vervallen van RJk B5.324. De praktische consequentie daarvan is dat het niet langer mogelijk is om projecten met een creditstand te salderen met projecten met een debetstand, om dit vervolgens als één bedrag in de balans op te nemen. Daarnaast verandert er ook iets in de presentatie in de winst- en verliesrekening: het is niet meer toegestaan om gerealiseerde projectopbrengsten te presenteren als wijziging in ‘onderhanden projecten’.
Let op:
de wijzigingen gaan gelden voor boekjaren die starten op of voor 1 januari 2022. Eerdere toepassing van de verslaggevingsregels is toegestaan. In specifieke gevallen waarin de RJk-bundel niet volstaat voor de verslaggeving van de kleine entiteit, moet worden teruggegrepen op de ‘grote’ RJ-bundel. Dit brengt met zich mee dat er mogelijk moet worden voldaan aan nadere vereisten.