30%-regeling aanwijzen als eindheffingsbestanddeel
De Belastingdienst had een beschikking voor de 30%-regeling afgegeven, maar de werkgever heeft deze niet toegepast. Volgens de werkneemster is zij dit wel met haar werkgever overeengekomen. Bovendien bestaan er tussen hen civielrechtelijke afspraken. De werkneemster meent dat haar werkgever dan niet de keuze heeft om de 30%-regeling wel of niet toe te passen. Volgens de inspecteur had de werkgever een deel van het loon moeten aanwijzen als eindheffingsloon om het onder de 30%-regeling te kunnen brengen. Rechtbank Den Haag oordeelt dat als de werkgever de 30%-regeling niet toepast, dat een arbeidsrechtelijke zaak is die niet aan de belastingrechter kan worden voorgelegd.
Nu de werkgever blijkens de loonstroken de 30%-regeling niet heeft toegepast, heeft hij de vergoeding naar het oordeel van de rechtbank niet aangemerkt als eindheffingsbestanddeel en is er dus juist ingehouden. Dat de werkneemster anders met de werkgever is overeengekomen en de werkgever hierbij mogelijk afspraken schendt of niet nakomt, is van arbeidsrechtelijke aard. Dat leidt er niet toe dat de werkneemster alsnog bij de Belastingdienst kan afdwingen dat zij de vergoeding netto krijgt uitgekeerd.
Let op!
Sinds 2020 staat er in het Handboek Loonheffingen dat als de werkgever voldoet aan de voorwaarden en de grensbedragen, de Belastingdienst ervan uitgaat dat de werkgever die vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen heeft aangewezen als eindheffingsloon. Als er derhalve een beschikking voor de 30%-regeling is afgegeven en de werkgever heeft deze juist berekend, dan hoeft hij de 30%-regeling niet meer afzonderlijk aan te wijzen.
Dit komt overeen met het oordeel van de rechter; als de werkgever de 30%-regeling wel op de loonstroken had verwerkt, dan had de rechter wel aangenomen dat hij de vergoeding had aangewezen.