Belangrijke uitspraak CRvB over recht op IVA-uitkering
Indien een langdurig zieke werknemer recht heeft op een IVA-uitkering (uitkering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten), dan is dat financieel voordelig voor zowel de werknemer als de werkgever. De werknemer ontvangt dan 75% (in plaats van 70%) van zijn WIA-maandloon en de werkgever mag de IVA-uitkering in mindering brengen op het loon. De uitkering telt bovendien niet mee voor de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas of voor de betalingsverplichtingen van een eigenrisicodrager voor de WGA. Duurt het dienstverband voort na 2 jaar ziekte? Dan kan er recht bestaan op de no-riskpolis.
Ook is het mogelijk dat de werknemer terugvalt op zijn volledige IVA-uitkering, omdat inkomsten uit arbeid niet langer worden gekort. Het UWV weigerde echter een IVA-uitkering, omdat de zieke werknemer voor een deel van zijn beperkingen nog kon herstellen en dus niet ‘duurzaam’ arbeidsongeschikt zou zijn. De Centrale Raad van Beroep bepaalde echter onlangs dat een persoon – indien een deel van de medische beperkingen duurzaam is, maar een ander deel mogelijk nog kan herstellen – duurzaam arbeidsongeschikt is, indien zijn arbeidsmogelijkheden niet in relevante mate (kunnen) toenemen.
Tip
Werkgevers hebben een fors financieel belang bij een IVA-uitkering wanneer er sprake is van een volledig arbeidsongeschikte (ex-)werknemer. Het is raadzaam om een deskundige te laten beoordelen of er mogelijk recht kan bestaan op een IVA-uitkering. Indien nodig met de aanvulling van medische informatie over de herstelmogelijkheden. Werkgevers hebben geen inzagerecht in medische gegevens van (ex-)werknemers, maar de adviseurs van Fiscount hebben dat wel. Wij adviseren werkgevers om ons in te schakelen bij bezwaren tegen de weigering van een IVA-uitkering. Ook bieden wij ondersteuning bij verzoeken om toekenning van een IVA-uitkering. Onze adviseurs sociale zekerheid, mr. Joyce Paashuis, j.paashuis@fiscount.nl of Ron van Baarlen, r.baarlen@fiscount.nl kunnen je hier meer over vertellen.
Bron: uitspraak d.d. 25 juli 2018, nummer ECLI:NL:CRVB:2018:2355, van de Centrale Raad van Beroep, gepubliceerd 2 augustus 2018 op www.rechtspraak.nl.