Arbeid en Recht

Bij doorbetaaldloonregeling geen gebruikelijk loon per vennootschap

gepubliceerd op: 10 januari 2022

Bij toepassing van de doorbetaaldloonregeling mag het gebruikelijk loon niet meer per vennootschap worden vastgesteld, heeft Hof Amsterdam geoordeeld. Hierdoor wordt voor de gebruikelijkloonregeling niet meer gekeken naar het loon van de (meestverdienende) werknemers van die andere vennootschappen. Ook het beroep van de inspecteur op de managementvergoeding faalt. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt immers dat de ‘afroommethode’ niet kan worden toegepast als een loon van een meest vergelijkbare dienstbetrekking beschikbaar is.

De inspecteur heeft voor het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking verwezen naar allerlei websites, maar die informatie is volgens het hof niet concreet genoeg. Er is namelijk niet nader onderbouwd welke looncomponenten zijn meegenomen en in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van een vergelijkbare dienstbetrekking. Het beroep wordt gegrond verklaard en de naheffingsaanslag verminderd.

Commentaar

Van belang in deze zaak is dat er geen sprake was van ‘verbonden lichamen’. Belanghebbende had niet voor ten minste een derde gedeelte belang in de vennootschap waar de meestverdienende werknemer in dienst was. Volgens de inspecteur moet bij de vaststelling van het gebruikelijk loon niet alleen het loon worden meegewogen van de meestverdienende werknemer die werkzaam is bij belanghebbende, maar ook het loon van de meestverdienende werknemer die werkzaam is bij de andere vennootschappen waarin de dga een aanmerkelijk belang heeft. Het hof gaat hier in een goed gemotiveerde uitspraak niet in mee.

Heb je vragen over de gebruikelijkloon- en/of de doorbetaaldloonregeling, neem dan contact op met Hans Tabak, adviseur loonheffingen, h.tabak@fiscount.nl of 0575-433 555.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.