Arbeid en Recht

Geeft de Hoge Raad meer duidelijkheid over het aanwijzen (WKR)?

gepubliceerd op: 13 mei 2024

Zodra een werkgever gebruik wil maken van de eindheffing in het kader van de Werkkostenregeling(WKR), zal hij of zij daartoe een keuze moeten maken. Maar hoe leg je de keuze van de werkgever vast en wanneer moet deze op zijn laatst zijn gemaakt? De keuze van de werkgever zal uiterlijk op het genietingsmoment moeten worden gemaakt; het moment waarop het loon ‘vorderbaar en inbaar’ is. De Hoge Raad heeft dit bevestigd. In de wet staat niet hoe je moet aanwijzen. Het Hof oordeelt dat een vergoeding is aangewezen als eindheffingsbestanddeel, als daarmee rekening is gehouden bij het uitbetalen van het loon en deze vergoeding op individueel niveau is verwerkt.

De Hoge Raad heeft het hof hier teruggefloten. Naar oordeel van de Hoge Raad is aanwijzen vormvrij. Een administratieve vastlegging is niet vereist, een mededeling aan werknemers kan ook een manier zijn om een keuze te maken voorafgaand aan het genietingsmoment. Daarnaast is het niet noodzakelijk om de aanwijzing per werknemer vast te leggen in de administratie.

Praktisch advies
Hoewel (nogmaals) bevestigd is dat het aanwijzen vormvrij is, is het toch raadzaam om de administratie zodanig in te richten dat de werkgever de keuze vooraf maakt. Dat kan door middel van een aanwijsdocument, maar er kan ook bij het inrichten van de boekhouding al rekening worden gehouden met het aanwijzen. Dit kan bijvoorbeeld door een WKR-grootboek te maken en dit onder te verdelen in ‘gerichte vrijstellingen’ en ‘vrije ruimte’.

Wil je meer weten over de inrichting van de WKR-administratie of wil je een sanity-check op de administratie vanuit een loonbelastingperspectief? Neem dan contact op met Imke Bos via i.bos@fiscount.nl of (06) 45 22 48 42.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.