Arbeid en Recht

Geen bijtelling bij andere auto in het kalenderjaar

gepubliceerd op: 04 oktober 2021

Een werknemer en zijn echtgenote werken beiden bij dezelfde werkgever. Aan de werknemer wordt een Volkswagen Up ter beschikking gesteld en aan zijn echtgenote een Hyundai i30. De werknemer beschikt over een verklaring ‘Geen privégebruik auto’ en voor de echtgenote wordt bijgeteld. De echtgenote overlijdt op 25 juli 2019, waarna de Up op 31 juli 2019 wordt ingeleverd. Vanaf 1 augustus 2019 rijdt de werknemer in de Hyundai. De Belastingdienst stelt dat over het hele jaar 2019 voor de Hyundai moet worden bijgeteld. Er is immers niet gebleken dat de werknemer in 2019 minder dan 500 privékilometers reed. Is dit redelijk en billijk?

Commentaar

Het komt voor dat een werknemer in een kalenderjaar een andere auto ter beschikking gesteld krijgt en maar met een van die auto’s privé rijdt. Als dat op kalenderjaarbasis meer dan 500 kilometer is, moet er toch ook voor de auto waarmee niet privé is gereden, worden bijgeteld.

Weinig empathie

In deze uitspraak ging het echter om een zeer bijzondere situatie. De werkgever wilde de auto inzetten voor een andere werknemer, maar de werknemer wilde, vanuit emotionele overwegingen, de auto van zijn echtgenote overnemen. De inspecteur toont weinig begrip voor de situatie. Zijn standpunt leidt ertoe dat in de periode tot 1 augustus zelfs bij de werknemer én de echtgenote wordt bijgeteld. Deze dubbele belastingheffing beschouwt de rechter als zeer onbillijk. Die onbillijkheid wordt echter niet veroorzaakt door de ruwheid van de bijtellingsregeling, maar door de uitzonderlijke situatie. Daar had de inspecteur rekening mee moeten houden. Naar het oordeel van de rechter zijn de nadelige gevolgen voor de werknemer zodanig onevenredig in verhouding tot de belangen van de inspecteur, dat de naheffingsaanslag wordt vernietigd.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.