Geen dienstbetrekking bij managementovereenkomst
Twee aandeelhouders zijn niet meer in dienstbetrekking vanaf het moment dat zij hun werkzaamheden op grond van een managementovereenkomst met hun personal holdings verrichten, oordeelt Rechtbank Den Haag. De twee aandeelhouders waren in persoon bestuurder van de werk-bv en hielden ieder middellijk 25% van de aandelen. Zij waren dan ook verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Vanaf 2009 zijn zij werkzaam via managementovereenkomsten. Volgens de Belastingdienst is er feitelijk niets veranderd en blijven zij verplicht verzekerd. Volgens de rechtbank hebben er echter wel degelijk reële wijzigingen plaatsgevonden.
Drie aandeelhouders houden via hun persoonlijke holding en een tussenholding 100% van de aandelen in een werk-bv. Zij houden middellijk respectievelijk 50%, 25% en 25% van de aandelen in de tussenholding. De aandeelhouders waren tot 27 oktober 2009 bestuurder van zowel de tussenholding als van de werk-bv. Vanaf die datum zijn de personal holdings bestuurder van de tussenholding en is de tussenholding bestuurder van de werk-bv. De 25%-aandeelhouders hadden tot 1 januari 2009 een arbeidsovereenkomst met de tussenholding. In 2009 worden er managementovereenkomsten gesloten. Op basis daarvan voeren de personal holdings het management over de tussenholding, en stellen zij hun directeur hier ook voor ter beschikking. De tussenholding is op haar beurt belast met het management van de werk-bv.
Louter vervanging salaris door managementvergoeding?
De Belastingdienst stelt dat nadat de twee minderheidsaandeelhouders managementwerkzaamheden zijn gaan verrichten via hun personal holdings, slechts het salaris is vervangen door een managementvergoeding. Daarom zijn ze verplicht verzekerd gebleven voor de werknemersverzekeringen. De rechtbank volgt de Belastingdienst hierin niet, omdat deze miskent dat er reële wijzigingen hebben plaatsgevonden. De managementbeloning is aanzienlijk hoger dan het vroegere salaris, de twee aandeelhouders worden niet meer als natuurlijk persoon gecontracteerd, hun privéaansprakelijkheid is gewijzigd en de managementvergoedingen worden met btw gefactureerd. Daarbij komt dat vóór 1 januari 2009 niet de werk-bv maar de tussenholding verplicht was om loon te betalen. Kortom, er is meer gebeurd dan louter het vervangen van salaris door een managementvergoeding. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking.
Opmerkelijk
Opmerkelijk in deze zaak is dat in de statuten van de tussenholding was opgenomen dat bij aandeelhoudersbesluiten over ontslag van een bestuurder alle aandeelhouders 6 stemmen hadden. De bestuurders kunnen allen een gelijk aantal stemmen uitbrengen. Op grond van de oude Regeling aanwijzing DGA zouden ze dan niet verplicht verzekerd zijn. De rechtbank hoeft deze uitzondering niet in de overwegingen mee te nemen, omdat er al geen sprake was van een dienstbetrekking.
Hans Tabak, adviseur loonheffingen (h.tabak@fiscount.nl of tel. 0575-433555).