Arbeid en Recht

Geen schorsing non-concurrentiebeding

gepubliceerd op: 19 december 2022

Een werknemer is in 2017 als intercedent bij zijn werkgever in dienst getreden. In 2021 wijzigde zijn functie naar ‘new business manager’ en steeg zijn salaris van € 2.125 naar € 2.754. In september 2022 zegde hij zijn arbeidsovereenkomst op, onder de voorwaarde dat de werkgever hem niet zou houden aan het non-concurrentiebeding. De werknemer stelde dat bij de functiewijziging geen nieuwe schriftelijke afspraken waren gemaakt omtrent zijn concurrentiebeding (vereist voor de geldigheid ervan). Noch dat bij die wijziging was verwezen naar het concurrentiebeding in zijn arbeidscontract. Op grond daarvan meende de werknemer niet langer gebonden te zijn aan enig concurrentiebeding.

De werkgever deelde de mening van zijn werknemer niet. Nadat de rechter eerst heeft getoetst of het non-concurrentiebeding in 2017 rechtsgeldig is overeengekomen, oordeelt hij (in kort geding) dat het beding niet zwaarder op de werknemer is gaan drukken. De werknemer kon zijn stelling namelijk niet bewijzen, zoals met verschillende functieprofielen. Daarmee staat voor de rechter niet vast dat de arbeidsverhouding in 2021 zó ingrijpend wijzigde, dat het beding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

Afgezien daarvan vindt de rechter dat de werknemer niet onbillijk wordt benadeeld door het non-concurrentiebeding. Het belang van de werknemer acht de rechter niet zo zwaarwegend, dat daarvoor het belang van de werkgever bij handhaving van het beding moet wijken. De rechter wil ook niet anders oordelen, omdat de werkgever andere werknemers wél toestond om over te stappen naar concurrerende bedrijven. Het beding wordt niet geschorst.

Jurist en trainer arbeidsrecht Frank Troost is werkzaam voor Fiscount en bereikbaar via f.troost@fiscount.nl en (06) 15573735.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.