Arbeid en Recht

Gevolgen arrest Hoge Raad over sectorindeling met terugwerkende kracht

gepubliceerd op: 21 februari 2022

De mogelijkheid om met terugwerkende kracht tot een voordeliger sectorindeling te komen, is met ingang van 29 juni 2018 vervallen. Volgens de Hoge Raad leidt dit tot een schending van het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM. De Belastingdienst maakt in de 3e uitgave van de Nieuwsbrief Loonheffingen bekend wat de gevolgen zijn voor herzieningsverzoeken die na de datum van 29 juni 2018 zijn ingediend. De gevolgen zijn afhankelijk van de datum van indiening van het herzieningsverzoek.

Commentaar
Is het herzieningsverzoek ingediend tussen 29 juni 2018, 17:00 uur en 20 juni 2019? Dan zal de Belastingdienst de sectorindeling alsnog met terugwerkende kracht in het voordeel van de werkgever herzien als deze daarvoor in aanmerking komt. Dit geldt alleen als er nog niet definitief beslist is op het verzoek.

Consequenties indiening na 20 juni 2019
Is het herzieningsverzoek op of na 20 juni 2019 ingediend, dan valt dit niet onder de werking van de genoemde arresten. Dat komt omdat op die datum de maatregel in de Wet arbeidsmarkt in balans in werking is getreden, waarin is geregeld dat de Belastingdienst geen terugwerkende kracht aan de sectorindeling verleent. In die gevallen wordt de sectorindeling dus niet met terugwerkende kracht gewijzigd als deze wijziging in het voordeel van de werkgever zou zijn.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.