Arbeid en Recht

Gezonde maaltijd is geen vrijgestelde arbovoorziening – wetgeving wordt niet aangepast

gepubliceerd op: 24 juni 2024

Er is al veel gepubliceerd over het verstrekken van gezonde maaltijden in vervolg op het arrest van de Hoge Raad. De Belastingdienst vermeldt dat het arrest géén gevolgen heeft voor de toepassing van de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vanaf 2022, omdat de wet inmiddels is aangepast. Ook verleent de Belastingdienst geen ambtshalve vermindering omdat het arrest nieuwe jurisprudentie betreft. Staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) heeft inmiddels Kamervragen beantwoord. Volgens Van Rij kwalificeert een gezonde lunchmaaltijd in de huidige situatie niet als een loonbestanddeel dat gericht is vrijgesteld. Het huidige kabinet is niet voornemens stappen te zetten om dit aan te passen.

Commentaar

Per 2022 is de arbovrijstelling in de Wet op de loonbelasting 1964 verduidelijkt, in die zin dat werkgevers alleen verplichte arbovoorzieningen gericht vrijgesteld kunnen verstrekken aan hun werknemers. Het gaat dan om voorzieningen die een werkgever op grond van de Arbowet moet verstrekken en waarvoor op grond van diezelfde Arbowet ook geen werknemersbijdrage mag worden gevraagd. Gezonde lunchmaaltijden zijn geen verplichte arbovoorziening. De staatssecretaris wijst erop dat aanpassing van regelgeving noodzakelijk is om alle voorzieningen die werkgevers treffen voor de gezondheid van hun werknemers gericht vrijgesteld en dus onbelast te maken. Dit zal dan ook gevolgen hebben voor de hoogte van de vrije ruimte. De vraag is of dit wenselijk is. En zo ja, hoever deze vrijstelling dan zou moeten gaan en wat redelijk is. Hoe definieer je bijvoorbeeld een ‘gezonde maaltijd’? Daar zullen de meningen over verdeeld zijn. Moet de vrijstelling dan ook van toepassing zijn voor thuiswerkers?

Werkgevers kunnen ook nu al de vrije ruimte gebruiken voor het onbelast verstrekken van gezonde lunchmaaltijden. Voor een maaltijd op de werkplek moet € 3,90 ten laste van de vrije ruimte worden gebracht. Volgens de staatssecretaris geldt dit bedrag ongeacht de kosten van de maaltijd. Of het nu drie boterhammen met kaas en een glas melk zijn of salades, groentesmeersels, gegrilde groenten, of verse soep met brood. Dat laatste klopt overigens niet helemaal. Als de daadwerkelijke kosten van de maaltijd lager zijn dan € 3,90, mag je van dat lagere bedrag uitgaan. Volgens de wet kan de waarde van een maaltijd slechts op een lager bedrag worden gesteld en niet op een hoger bedrag.

Neem bij vragen contact op met onze adviseurs loonheffingen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.