Arbeid en Recht

Hoge WW-premie bij mondelinge arbeidsovereenkomst

gepubliceerd op: 25 januari 2021

Een schildersbedrijf heeft in de periode 2013 - 2016 met een aantal werknemers geen schriftelijke arbeidsovereenkomsten gesloten. Dit gebeurt in 2019 alsnog, waarbij ook de afspraken uit het verleden worden vastgelegd. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een werkgever een schriftelijke arbeidsovereenkomst nodig heeft op het moment van toepassing van de lage WW-premie. Een arbeidsovereenkomst die achteraf met terugwerkende kracht wordt opgesteld, is niet voldoende. Hierdoor kan immers discussie met de Belastingdienst ontstaan over het bestaan en de inhoud van de eerdere mondelinge arbeidsovereenkomst. Het beroep tegen de naheffing van hoge WW-premie is ongegrond.

 

Commentaar

Deze uitspraak leidt mogelijk tot misverstanden. Het betreft namelijk een situatie die zich afspeelde in de periode voordat de Wab in werking trad (1 januari 2020). In het huidige systeem kan er wél achteraf een arbeidsovereenkomst worden opgesteld. Ook een addendum is voldoende voor het afdragen van de lage WW-premie, als de originele arbeidsovereenkomst nooit op schrift gesteld is of niet meer in de administratie van de werkgever beschikbaar is. De voorwaarden voor de arbeidsovereenkomst of het addendum op basis waarvan de lage WW-premie is verschuldigd, zijn als volgt:

  • de werknemer en werkgever hebben een schriftelijk addendum ondertekend;
  • uit dit addendum blijkt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is; en
  • de werkgever bewaart dit addendum bij de loonadministratie.

 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.