Hoogte dagloon bij betaald ouderschapsverlof meer of minder dan 70%?
Bij betaald ouderschapsverlof bestaat aanspraak op 70% van het loon. Als uitgangspunt hiervoor wordt dan het brutoloon genomen – en daarvan dan 70%. Voor een globale indicatie is dat prima, maar deze benadering kan ook tot (on)aangename verrassingen leiden. In artikel 3:13 van de Wet arbeid en zorg (WAZO) is dagloon omschreven als het 1/261e deel van het SV-loon. De hoogte van het dagloon wordt vastgesteld op basis van het loon in de periode van één jaar (referteperiode), voorafgaand aan de voorlaatste maand waarop het recht op uitkering ontstaat. Niet alle looncomponenten worden in deze berekening meegenomen.
Voor het bepalen van de hoogte van het dagloon wordt verwezen naar het loonbegrip als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Wet financiering sociale verzekeringen. Onder loon wordt dan verstaan het loon, overeenkomstig de Wet op de Loonbelasting 1964. Concreet betekent dit dat bij het bepalen van de hoogte van het dagloon niet het in de referteperiode uitbetaalde vakantiegeld wordt meegenomen noch de arbeidsvoorwaarden (bijvoorbeeld de 13e maand). Wat wél meegenomen wordt, zijn de gereserveerde vakantietoeslag en de gereserveerde arbeidsvoorwaarden, evenals de uitbetaalde bonus én de fiscale bijtelling van de auto van de zaak. Hierdoor kan de uitkering dus meer bedragen dan 70% van het (reguliere) loon. Tegen het door het UWV bepaalde dagloon staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.
Tip
Heb je hulp nodig om te bepalen of een bezwaar moet worden aangetekend, of kun je ondersteuning gebruiken bij dit proces met het UWV? Neem dan contact op met mr. Gert-Jan van Dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of 038-45 61 900.