Arbeid en Recht

Misbruik van recht door werknemer?

gepubliceerd op: 27 november 2023

Een werknemer is ruim 43 jaar in dienst bij zijn werkgever, als op 1 september 2022 een Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU-regeling) van kracht wordt. Hierdoor kunnen werknemers met 45 dienstjaren bij de werkgever in staat worden gesteld om eerder te stoppen met werken, voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd. Tot 1 juli 2021 had de werknemer een fulltime dienstverband bij deze werkgever. Vanwege gezondheidsredenen besloot hij echter vanaf dat moment 50% te gaan werken en is hij voor 50% met deeltijdpensioen gegaan. De werknemer heeft wel oren naar de nieuwe RVU-regeling en dient een verzoek in bij de werkgever.

In dat verzoek vraagt de werknemer zijn werkgever om, met toepassing van de hardheidsclausule, op basis van een fulltime dienstverband gebruik te mogen maken van de regeling. Hij wil daarom nog tot 1 mei 2024 op fulltime basis gaan werken. Rechtbank Noord-Nederland wijst dit verzoek van de werknemer af op grond van de Wet Flexibel Werken.

Een verzoek om meer of minder te werken wordt normaliter getoetst aan de hand van een zwaarwegend bedrijfslang (afwijzingsgrond). Hier wordt echter de werknemer in het ongelijk gesteld op grond van misbruik van recht, onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis: “De werknemer zou misbruik maken van zijn recht op aanpassing van de arbeidsduur indien hij dit recht tijdens een periode van ziekte zou willen geldend maken. Hetzelfde geldt indien een zwangere werkneemster kort voor het zwangerschapsverlof een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur zou doen met het oogmerk om deze vermeerdering te effectueren tijdens dit verlof”. Deze lijn wordt hier doorgetrokken. Het recht op aanpassing van de arbeidsduur wordt hier voor een ander doel ingezet dan waarvoor dit is bedoeld, is het oordeel.

Commentaar
Ik maak in mijn praktijk ook wel mee dat een werknemer bij de onderhandelingen over de hoogte van de transitievergoeding wil teruggrijpen op een periode dat hij/zij een ruimer dienstverband had. Zo is een werknemer na ruim 10 jaar in deeltijd gaan werken als gevolg van ervaren werkdruk. Deze werkdruk leidt vervolgens tot een breuk en partijen onderhandelen over een vaststellingsovereenkomst. De werknemer vindt het dan rechtvaardig om bij de vaststelling van de transitievergoeding uit te gaan van het volledige salaris. Uiteraard kan over alles worden onderhandeld, maar het laatst verdiende salaris is in principe het uitgangspunt.

mr. Richard Lukken is werkzaam als arbeidsjurist en trainer. Moet je onderhandelen over een vaststellingsovereenkomst met een professionele tegenpartij? Neem dan contact op via r.lukken@fiscount.nl of 088-889 9233.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.