Arbeid en Recht

Overeenkomst van opdracht kan niet geruisloos veranderen in arbeidsovereenkomst

gepubliceerd op: 08 mei 2017

Een bedrijfsleider werkte op basis van een overeenkomst van opdracht in een restaurant. Hiervoor factureerde hij maandelijks met btw vanuit zijn eenmanszaak. Als het restaurant de samenwerking beëindigt, stelt hij dat hij bijna fulltime werkte voor het restaurant. Hij had als bedrijfsleider enige zelfstandigheid, maar moest wel verantwoording afleggen. Bovendien hielden camera's hem er nauwlettend in de gaten. De gezagsverhouding en de regelmatige werktijden wijzen op een arbeidsovereenkomst, maar Hof Amsterdam oordeelt anders. Volgens het hof kan een overeenkomst van opdracht niet veranderen in een arbeidsovereenkomst zonder nadere afspraken daarover.

De bedrijfsleider betwist niet dat partijen de bedoeling hadden een overeenkomst van opdracht te sluiten. Hij betwist evenmin dat er bij de overname van het restaurant met de nieuwe eigenaar is afgesproken dat de samenwerking op dezelfde voet zou worden voortgezet. Die bedoeling blijkt ook uit het feit dat de bedrijfsleider steeds zijn werkzaamheden per factuur (met btw) in rekening bracht en uit het feit dat hij een eenmanszaak heeft geregistreerd in het Handelsregister. Het hof heeft ook meegewogen dat de partner van de bedrijfsleider bij de overname van het restaurant door de nieuwe eigenaar stille vennoot is geworden, omdat de bedrijfsleider door een faillissement en om fiscale redenen geen vennoot kon worden. Dit alles wijst er op dat partijen niet de bedoeling hadden een arbeidsovereenkomst aan te gaan en zich ook niet hebben gedragen alsof er tussen hen een arbeidsrelatie bestond.

Geen geruisloze overgang
Volgens het hof kan een overeenkomst van opdracht in de loop der tijd niet geruisloos veranderen in een arbeidsovereenkomst. Dat kan slechts als partijen daarover nadere afspraken maken en die ook uitvoeren, door niet meer te factureren maar loon te betalen. Gesteld noch gebleken is dat partijen op enig moment zijn overeengekomen dat de aard van hun samenwerking zou wijzigen. Laat staan dat zij aan die nadere afspraak uitvoering hebben gegeven. De enkele omstandigheid dat de bedrijfsleider verantwoording over zijn werk moest afleggen aan het restaurant, duidt ook nog niet op een gezagsverhouding. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.