Arbeid en Recht

Re-integratieproblemen en de zieke buitenlandse werknemer (deel 2)

gepubliceerd op: 23 januari 2023

Een zieke buitenlandse medewerker die in het buitenland (EU) verblijft, geeft vaak veel problemen. In 2021 heeft het hof nadere aanwijzingen gegeven voor dergelijke (vergelijkbare) verzuimsituaties. In de hierna volgende, complexe casus wordt alleen het verzuimdeel van de situatie rond de Poolse medewerker ‘Patryk’ behandeld. De situatie was als volgt: de bedrijfsarts oordeelt dat Patryk terug kan reizen en de werkgever volgt dat advies. Patryk verschijnt echter niet en na enige communicatie tussen partijen wordt zijn loon niet meer uitbetaald. Hoe verliep, in het kort, de situatie?

  • De werknemer regelt alsnog een medische verklaring, waarin staat dat reizen de conditie van Patryk verslechtert. Desondanks houdt de bedrijfsarts vol en legt de werkgever uiteindelijk een loonstop op.
  • Patryk zet een loonvorderingsprocedure in, maar verliest deze. De door de kantonrechter ingeschakelde expert, een orthopedisch chirurg, oordeelde namelijk eveneens dat Patryk terug kon reizen. Dit gaf voor de kantonrechter de doorslag en deze ontbindt de arbeidsovereenkomst.
  • Patryk zet door en gaat naar het hof. Het hof bevestigt – inmiddels bekend – dat het socialezekerheidsorgaan van het land van verblijf een bindende uitspraak moet doen over de mogelijkheid tot reizen. De werkgever heeft dus ten onrechte de bedrijfsarts gevolgd en de kantonrechter ten onrechte de orthopedisch chirurg.

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch geeft aan dat er een ander stappenplan moet worden gevolgd (zie rov 3.6.5):

  • Het lokale socialezekerheidsorgaan geeft uitsluitsel over de arbeidsongeschiktheid. De werkgever/arbodienst moet een functionele mogelijkhedenlijst (FML) aanvragen. Dat moet het lokale orgaan invullen conform de Nederlandse regels.
  • Een arbeidsdeskundige kan hiermee onderzoeken of er re-integratiemogelijkheden zijn in eigen arbeid, aangepaste arbeid of in Spoor 2. Dan komt daarna pas de vraag aan bod of de medewerker kan reizen.

Conclusie
Als er geen arbeidsvermogen is, dan is de vraag over reizen ook niet van belang. Het hof gaat uit van een bepaalde volgorde: de vraag over wel of niet terugreizen is dus van secundair belang en wel pas nadat is vastgesteld of Patryk kan werken. In het geval van Spoor 2 is terugreizen minder van belang, want dat kan ook in het land van verblijf (EU) worden ingezet. Tot slot: omdat de werkgever de re-integratie verkeerd heeft aangepakt, volgt een billijke vergoeding van € 10.000 (zie rov 3.7.7 en 3.8).

Heb je hulp nodig bij vergelijkbare situaties? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis: mail naar j.paashuis@fiscount.nl of bel met
038 – 45 61 900.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.