Uitkering uit stamrecht-bv mag niet worden gekort op WW-uitkering
Als het dienstverband met een werknemer wordt beëindigd, ontvangt hij daarbij een ontslagvergoeding van € 69.032 bruto. Vervolgens wordt er een stamrecht-bv opgericht met de betrokkene als enig aandeelhouder en bestuurder van de bv en de ontslagvergoeding wordt ingebracht in de stamrecht-bv. De betrokkene heeft een WW-uitkering gekregen waarbij het UWV hem toestemming gaf om als zelfstandige te starten in een (nieuwe) bv, met behoud van uitkering. Die uitkering werd nadien beëindigd, omdat de betrokkene volledig als zelfstandige was gaan werken. Het UWV vorderde de WW-uitkering echter terug, op basis van gegevens van de Belastingdienst.
Uit die gegevens van de Belastingdienst bleek namelijk dat de betrokkene tijdens zijn WW-uitkering belastbaar loon had ontvangen. Dit belastbare loon was een periodieke uitkering uit de stamrecht-bv. De Centrale Raad van Beroep bepaalde recent – in lijn met het oordeel van de Belastingdienst – dat uitkeringen vanuit een stamrecht-bv waarin een ontslagvergoeding is ondergebracht, loon zijn uit vroegere dienstbetrekking. Daarmee zijn het dus geen inkomsten uit tegenwoordige arbeid, die op een WW-uitkering mogen worden gekort. Het UVW en de rechtbank zijn een andere mening toegedaan dan de Centrale Raad van Beroep.
Tip
Ook deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep toont weer aan dat het kan lonen om hoger beroep in te stellen, ook al heeft iemand van het UWV en de rechtbank ongelijk gekregen. Uit meerdere rechtszaken blijkt dat het UWV nog weleens volhardt in standpunten die rechtens niet houdbaar blijken te zijn.