Arbeid en Recht

Uitleg begrip kalendermaand voor loonkostenvoordelen

gepubliceerd op: 12 februari 2018

De Belastingdienst legt het begrip 'kalendermaand' letterlijk uit. Voor de loonkostenvoordelen geldt de voorwaarde dat de werknemer recht had op een uitkering in de kalendermaand voor hij in dienst kwam of herplaatst werd. Dit is anders dan bij de premiekortingen die tot 1 januari 2018 konden worden toegepast. De voorwaarde kalendermaand moet u volgens de uitleg van de Belastingdienst letterlijk opvatten. Wat de consequenties zijn van deze uitleg, wordt hierna toegelicht aan de hand van twee voorbeelden.

Voorbeeld 1
Een werkgever neemt op 8 februari 2018 een werknemer in dienst van 57 jaar. De werknemer had van 1 februari 2018 tot en met 7 februari 2018 recht op een WW-uitkering. Deze werkgever heeft geen recht op het loonkostenvoordeel. Immers, de werknemer had in de kalendermaand voor hij in dienst kwam – dus in de maand januari – geen recht op een uitkering. Het UWV zal een aanvraag voor een doelgroepverklaring afwijzen.

Voorbeeld 2
Een werkgever neemt op 8 februari 2018 een werknemer in dienst van 57 jaar. De werknemer had van 20 januari 2018 tot en met 7 februari 2018 recht op een WW-uitkering. Deze werknemer voldoet wël aan de voorwaarde dat hij in de kalendermaand voor hij in dienst kwam – januari 2018 – recht op een uitkering. Het UWV zal een doelgroepverklaring afgeven en de werkgever kan het loonkostenvoordeel aanvragen in de aangifte loonheffingen.

Let op!
De werknemer hoeft dus niet de volledige kalendermaand voor indiensttreding of herplaatsing recht te hebben gehad op een uitkering. Én dag is al voldoende. Was de uitkering in het eerste voorbeeld op 31 januari 2018 ingegaan, dan had de werkgever het loonkostenvoordeel wel kunnen aanvragen.

Hans Tabak, adviseur loonheffingen (h.tabak@fiscount.nl).

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.