Arbeid en Recht

UWV te laat met opgelegde loonsanctie – schadevergoeding

gepubliceerd op: 04 mei 2026

Het UWV schrijft in haar keuringsbesluit dat zij te laat is met het opleggen van een loonsanctie. De werknemer vindt dat hij hierdoor zowel financieel als geestelijk gedupeerd wordt en start in reactie hierop een schadevergoedingsprocedure. De werknemer claimt meerdere schadeposten. Het gaat hem niet alleen om loonschade, maar ook om zijn niet genoten vakantie- en ATV-dagen en om gemist gebruik van telefoon, internet, laptop en een lease-auto van de zaak. De zaak komt bij de rechter. Wat vindt die van zijn eisen?

Allereerst nog even de schadeposten op een rij:

  • Loonschade: de werkgever betaalde de werknemer in het derde jaar (tot de WIA-toekenning) 70% van zijn oude loon door boven het maximale dagloon. Volgens artikel 25 WIA geldt tijdens een loonsanctie niet meer dan 70% van het maximale dagloon. Noch uit de cao noch uit zijn arbeidsovereenkomst blijkt dat zijn werkgever meer loon moest betalen. De WIA-uitkering bedraagt ook 70% van het maximale dagloon. De rechter vindt hiermee de loonschade gecompenseerd.
  • Niet genoten vakantie- en ATV-dagen: nergens staat dat de werkgever niet genoten ATV-dagen moet uitbetalen. Verder heeft hij 25 vakantiedagen en is het niet aannemelijk dat hij geen vakantie zou opnemen. Daarmee vervalt ook deze claim.
  • Gemist gebruik van telefoon, internet, laptop en een lease-auto die de werkgever de werknemer een periode liet gebruiken gedurende het derde loonjaar. Ook dit kent de rechter niet toe. Er staat namelijk nergens op schrift dat de werkgever deze verplichting zou hebben tijdens een derde loonjaar. Zelfs een in die periode verstrekte nieuwe brandstofpas helpt de werknemer hier niet.

Wel pensioenschade
De Centrale Raad van Beroep onderkent wél de pensioenschade. Die gaat verder dan alleen de misgelopen werkgeversbijdrage in de pensioenpremie volgens deze berekening: de misgelopen werkgeverspremie minus de franchise = de pensioengrondslag. De pensioengrondslag (€ 25.652) wordt zowel vermenigvuldigd met het aantal te verwachten levensjaren na pensionering (13,7 jaar) als met de jaarlijks gegarandeerde pensioenopbouw van 1,875%. De uitkomst wordt de uiteindelijke toekomstige schadevergoeding. Volgens artikel 6:105 BW komt namelijk ook toekomstige schade in aanmerking na vergelijking van alle kansen.

Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.

Joyce Paashuis portret

mr. Joyce Paashuis
adviseur sociale zekerheid • arbeidsmediator

038 303 4115
j.paashuis@fiscount.nl
Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.