Vastgelopen keuzevrijheid van werkgever – thuiswerken in Ecuador blijft in stand
Hoewel zijn standplaats Zwolle is, werkt een werknemer met toestemming van zijn werkgever vanaf 2020 vooral in Ecuador. Vanwege gezondheidsreden van zijn partner vertrok de werknemer destijds naar Ecuador. De werkgever wil van de regeling af, maar de werknemer verzoekt om continuering van het thuiswerkbeleid. De rechtbank oordeelt dat deze werkwijze een arbeidsvoorwaarde is geworden. Het belang van de werknemer bij voortzetting is groot, terwijl onvoldoende zwaarwegende belangen van de werkgever zijn aangetoond. Ook een beroep op het wijzigingsbeding uit de arbeidsovereenkomst gaat niet op; het belang van de werknemer is groter. Wat speelt hierbij een rol?
De mogelijkheid tot thuiswerken was belangrijk voor de werknemer en zijn gezin. De werkgever heeft dit ook jarenlang goedgekeurd. Hoewel in de afspraken een voorbehoud van tijdelijkheid en een jaarlijkse evaluatie is opgenomen, blijkt niet dat dit daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. De werknemer heeft ook vanuit het buitenland telkens goed gefunctioneerd.
Vanaf 2022 is afgesproken dat de werknemer slechts één keer per jaar een tot twee maanden naar Nederland zou komen. Gelet op deze gang van zaken mocht de werknemer er redelijkerwijs van uitgaan dat deze werkwijze zou voortduren en dat deze niet door het nieuwe beleid van zijn werkgever wordt doorkruist. Omdat het werken vanuit Ecuador als arbeidsvoorwaarde geldt, kan de werkgever deze niet wijzigen met een beroep op het wettelijke instructierecht. Werkgevers hebben een wettelijk verankerd instructierecht, dat hen toestaat om hun medewerkers richtlijnen te geven over hoe het werk moet worden uitgevoerd en om de orde in het bedrijf te handhaven. Onder dit laatste vallen bijvoorbeeld ook kledingvoorschriften.
Heb je vragen, neem dan contact op met onze adviseur mr. Richard Lukken, werkzaam als arbeidsjurist en trainer, via r.lukken@fiscount.nl of 038 – 45 61 900.