VBAR in aangepaste vorm naar de Raad van State
Het wetsvoorstel ‘Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden’ (VBAR) is eind juni naar de Raad van State gestuurd. De VBAR geeft drie hoofdelementen (werkinhoudelijke ondergeschiktheid, organisatorische inbedding en werken voor eigen rekening en risico) aan de hand waarvan beoordeeld kan worden of er een gezagsverhouding aanwezig is tussen opdrachtgever en zzp’er. Deze elementen worden nader ingevuld aan de hand van indicatoren uit de rechtspraak (denk aan de Deliveroo-zaak). Naar aanleiding van de vorig jaar gehouden consultatieronde is het toetsingskader van de VBAR aangepast.
In het kader van deze aanpassing is bijvoorbeeld het element ‘kernactiviteiten’ (de organisatorische inbedding) vervallen, zo blijkt uit het persbericht van het ministerie van SZW. Het wetsvoorstel VBAR introduceert ook een rechtsvermoeden van werknemerschap, gebaseerd op een uurtarief. Dat uurtarief was vastgesteld op € 32,24, maar zal naar boven worden afgerond op hele euro’s. Volgens het kabinet biedt het rechtsvermoeden de zzp’er eenvoudiger de mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst te claimen bij zijn opdrachtgever, eventueel via de rechter. De zzp’er zal dan moeten aantonen dat hij of zij minder betaald krijgt dan het wettelijke uurtarief. De opdrachtgever moet vervolgens het tegendeel bewijzen.
De integrale tekst van het aangepaste wetsvoorstel, zoals dit is aangeboden aan de Raad van State, is op 3 juli jl. gepubliceerd.