Werknemer ontspringt de dans door niet rechtsgeldig overeengekomen concurrentiebeding
Na afloop van de derde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd biedt een werkgever zijn werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan, waarin een concurrentiebeding is opgenomen. De werknemer reageert per e-mail dat zij in principe akkoord is. Daarmee lijkt het klip-en-klaar dat de werknemer heeft ingestemd met het concurrentiebeding. Ruim twee maanden later neemt de werknemer ontslag, om daarna te gaan werken bij een concurrent. De werkgever wil de ex-werknemer houden aan het concurrentiebeding en vordert als voorschot wegens verbeurde boetes een bedrag van € 45.000. Hoe oordeelt de rechter hier?
De rechtbank oordeelt in deze zaak dat er niet is voldaan het strikte schriftelijkheidsvereiste, zoals genoemd in artikel 7:653 BW. De Hoge Raad heeft hier in een beslissing uit 2008 strenge eisen aan gesteld. In een vergelijkbaar geval oordeelde de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2018:3215) vrijwel identiek aan de rechtbank in de hiervoor omschreven zaak. Echter, Rechtbank Dordrecht oordeelde weer anders (ECLI:NL:RBDOR:2011:BS1170).
Om niet geconfronteerd te worden met onaangename verrassingen, is het zaak om ervoor te zorgen dat een werknemer expliciet laat weten dat hij het concurrentiebeding heeft aanvaard. Als er alleen per e-mail wordt gecorrespondeerd, is het nodig om de arbeidsovereenkomst ook telkens mee te zenden. Kortom, het is beter om toch maar te kiezen voor ‘the old fashioned way’: een ondertekende arbeidsovereenkomst in de la
mr. Richard Lukken