Arbeid en Recht

WW-inhaaleffect bij stagiair die vaste arbeidsovereenkomst krijgt

gepubliceerd op: 09 december 2019

Bij een stagiair is er vaak sprake van een fictieve dienstbetrekking. De stagiair is dan alleen verzekerd voor de Ziektewet, maar daarvoor betaalt de werkgever geen premies. Het loon is volgens de Belastingdienst wel SV-loon. Wanneer later een arbeidsovereenkomst wordt gesloten met de voormalig stagiair, is de werknemer verzekerd voor alle werknemersverzekeringen. Het voortschrijdend cumulatief rekenen leidt er dan toe dat voor de berekening van de premies rekening wordt gehouden met het loon in de loontijdvakken waarin de werknemer nog stagiair was. Dit leidt dus tot een inhaaleffect. Hoe werkt dat precies uit?

Alhoewel de werkgever eerder geen premies moest betalen over het loon van de stagiair, moet hij dat nu wel. Als er op dat moment sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (geen oproepovereenkomst), dan reken je als werkgever in 2020 met de lage WW-premie.

Uitwerking

Een stagiair werkt van 1 januari tot en met 31 maart in fictieve dienstbetrekking tegen een loon van € 300 per maand. Per 1 april komt hij in vaste dienst tegen een maandloon van       € 4.500. In de maanden tot en met maart is er sprake van premieloon voor de ZW en daarmee ook van loon voor de werknemersverzekeringen. Er vindt geen premieheffing plaats. In april is het cumulatieve loon voor de werknemersverzekeringen (3 x € 300 + € 4.500 =) € 5.400. Dit loon toets je vervolgens aan viermaal het maandmaximum. Je hebt nu het cumulatieve premieloon bepaald. Hierop breng je het cumulatieve premieloon in mindering van januari tot en met maart. Dat is € 0 voor de WW, WAO en WIA. Dit betekent dat de aanwas in april gelijk is aan het cumulatieve premieloon.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.