Aan besluit ontleend vertrouwen leidt tot toepassing 9%-tarief bloemencorso
Een stichting organiseert jaarlijks een bloemencorso. Tijdens de optocht met praalwagens vinden ook optredens plaats. De bezoekers moeten een entreeticket kopen. De stichting draagt 21% btw af in het tweede en derde kwartaal van 2023. Zij vindt echter dat het 9%-tarief van toepassing is. Het bloemencorso kwalificeert namelijk als een show, waarbij het geheel van het aangebodene wordt ervaren als ‘cultureel amusement/vermaak’. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het verlenen van toegang tot het bloemencorso en de optredens tijdens de optocht samen één ondeelbare economische prestatie vormen. Het 9%-tarief is in beginsel niet van toepassing op deze prestatie. Maar…
De rechtbank stelt vast dat aan het Besluit Omzetbelasting. Toelichting Tabel I van 31 maart 2022 wel het vertrouwen kan worden ontleend dat het 9%-tarief ook geldt voor het verlenen van toegang tot het bloemencorso. De rechtbank constateert namelijk dat het besluit een ruimere betekenis geeft aan de begrippen ‘muziekuitvoeringen’ en ‘toneeluitvoeringen’ (post b.14, letter d, van Tabel I bij de Wet OB), dan wat wettelijk is bepaald. ‘Het verlenen van toegang tot een ‘show’ waarbij het geheel van het aangebodene wordt ervaren als cultureel amusement/vermaak’, valt ongeclausuleerd ook onder deze post, volgens het besluit. Het bloemencorso voldoet volgens de rechtbank aan deze omschrijving van het besluit. Althans, de stichting mocht dat zo hebben opgevat. De inspecteur moet alsnog de verzochte btw-teruggaaf verlenen.