Afwijken van forfaitaire percentages privégebruik auto van de zaak; kan dat?
Het privégebruik van de auto van de zaak wordt als fictieve dienst belast als de ondernemer of werknemer hiervoor geen vergoeding betaalt. Het woon-werkverkeer wordt daarbij als privégebruik beschouwd. Als ook een sluitende rittenadministratie ontbreekt, wordt de btw forfaitair gesteld op 2,7% (in enkele gevallen 1,5%) van de catalogusprijs van de auto (incl. bpm en btw). De uitspraak van de Hoge Raad van 21 april 2017 (doorklik maken: ECLI:NL:HR:2017:711) biedt de mogelijkheid om van deze forfaitaire percentages af te wijken als privé- of woon-werkverkeer ontbreekt én u dit voldoende kunt onderbouwen. Hoe dat zit leest u hierna.
U mag altijd van de forfaitaire percentages afwijken, mits u het werkelijk privégebruik of het ontbreken van privé- of woon-werkverkeer kunt onderbouwen. Zonder kilometeradministratie is dat niet altijd even eenvoudig.
Stel, u kunt onderbouwen dat er geen sprake is van woon-werkverkeer of dat overig privégebruik ontbreekt. In dat geval is het belangrijk om te weten dat het ministerie van Financiën het forfaitaire percentage van 2,7% heeft vastgesteld aan de hand van de door Ecorys statistisch vastgestelde verdeling van ritten. Die verdeling houdt in dat van alle ritten 27% geacht wordt privéritten te zijn, 40% woon-werkverkeer en 33% zakelijke ritten. Het forfaitaire percentage van 2,7% (en in enkele gevallen 1,5%) zou dan in de volgende situaties kunnen worden verlaagd naar:
Belangrijke kanttekening
Om misverstanden te voorkomen: het gaat hier om een standpunt dat u in voorkomend geval zou kunnen innemen. Het is (voorlopig) echter geen door de rechter of staatssecretaris geaccepteerde benadering. Wij verwachten dan ook dat hierover nog de nodige procedures gevoerd zullen worden.