Algemeen btw-tarief voor parkeren bij museum
Een museum biedt bezoekers die met de auto komen parkeergelegenheid onder het museum en op een afgesloten parkeerterrein bij het museum. Zij kunnen daarvoor uitrijkaarten krijgen bij de receptie van het museum. Het museum brengt het verlaagde btw-tarief in rekening over de toegangsprijs. Zij meent dat ook de parkeervergoeding onder het verlaagde btw-tarief valt. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak oordeelt Rechtbank Den Haag dat het bieden van de gelegenheid tot parkeren geen bijkomstige dienst is, die opgaat in de hoofddienst: het toegang verlenen tot het museum. Het vormt een zelfstandige dienst, die belast is tegen het algemeen tarief.
Er zijn inmiddels meerdere uitspraken geweest over het btw-tarief voor parkeren bij een attractiepark. Zo oordeelde Rechtbank Den Haag dat het parkeren tegen 6% belast was. Hof Den Haag draaide dit oordeel weer terug en besliste dat het parkeren toch tegen 21% belast is. Ook Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in die zin. In augustus jl. oordeelde de Hoge Raad in de zaak over het btw-tarief voor parkeren bij het Nationaal Park De Hoge Veluwe dat het parkeren een zelfstandige prestatie vormt die belast is tegen het algemeen tarief van 21%. Daar waar het park ook toegankelijk is voor auto’s en bezoekers met hun auto het park ingaan, kan het 6%-tarief wel worden toegepast op de extra vergoeding die zij daarvoor betalen.
Feiten en omstandigheden bepalend
Op basis van de rechtspraak is in ieder geval duidelijk dat het vooral de feiten en omstandigheden zijn die bepalen of een parkeerdienst een bijkomende of een zelfstandige prestatie is.