Belastingadviseur aansprakelijk voor schade achterwege blijven btw-aangifte
Een vof exploiteert een webshop in feestartikelen. Zij verkoopt aan zakelijke klanten en aan consumenten in Nederland en België. De onderneming wordt in 2017 ingebracht in een bv. Een belastingadviseur verricht administratieve werkzaamheden voor de bv. Bij de jaarlijkse bespreking van de jaarcijfers blijkt in 2018 dat de bv in het derde kwartaal van 2017 het drempelbedrag (€ 35.000) voor afstandsverkopen aan Belgische consumenten heeft overschreden. Er had dus btw-aangifte moeten worden gedaan in België. Vervolgens blijkt dat dit al vanaf medio 2016 had moeten gebeuren. De belastingadviseur herstelt de fout, maar is dat voldoende om een schadeclaim te voorkomen?
De bv is per 31 juli 2018 geregistreerd in België. De Belgische belastingdienst heft vervolgens de ten onrechte niet afgedragen btw over de Belgische afstandsverkopen aan consumenten na bij de bv, verhoogd met een boete en boeterente. De in Nederland betaalde btw over deze afstandsverkopen is aan de bv terugbetaald. De bv stelt de belastingadviseur terecht aansprakelijk voor de geleden schade, oordeelt Rechtbank Noord-Holland.
Doorvragen
De belastingadviseur had – toen hij in september/oktober 2017 een verschil in de administratie had geconstateerd – moeten doorvragen over de uitsplitsing van de omzet per EU-land. Toen bleek namelijk dat de bv zich niet bewust was van de relevantie van een dergelijke uitsplitsing voor de btw-aangiften. De adviseur had destijds dus niet moeten antwoorden dat zij geen tijd en aandacht hoefde te besteden aan de verkopen buiten Nederland. Daarmee heeft de adviseur zijn zorgplicht geschonden. Hij is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van verbintenissen die voortvloeien uit de overeenkomst(en) van opdracht met de bv en moet haar een schadevergoeding van ruim € 6.195 betalen.