Beroepsorganisaties verzoeken om uitstel aanvullende informatie privégebruik auto
Kunnen belastingplichtigen vier maanden extra tijd krijgen voor de aanvullende onderbouwing van de bezwaarschriften tegen de btw-heffing over het privégebruik auto van de zaak? Dit verzoek hebben de beroepsorganisaties RB, NOB, NBA, NOAB en SRA in een gezamenlijke brief neergelegd bij het ministerie van Financiën. Volgens de beroepsorganisaties is het aanleveren van de aanvullende gegevens vóór 15 juli a.s. niet haalbaar, zeker niet nu de Belastingdienst stelt dat die gegevens per privé gebruikte auto moeten worden aangeleverd. Ook uiten de organisaties kritiek op de gevolgde procedure. Zij vinden dat de rechtspositie van de belastingplichtige hierdoor wordt geschaad.
In de brief sommen de beroepsorganisaties de argumenten op waarom het gevraagde uitstel zou moeten worden verleend. Ook geven zij aan dat het speciale formulier: ‘Opgaaf aanvullende gegevens privégebruik auto btw’ niet in alle situaties van privégebruik van de auto van de zaak bruikbaar is voor het leveren van aanvullende motivering. De beroepsorganisaties vinden dat de termijn sowieso al wordt ingekort door de timing kort voor de zomervakantieperiode.
Commentaar
Opvallend is dat in de brief niet wordt gerept over het feit dat de Hoge Raad de twee zaken die aanleiding zijn voor alle ophef, heeft verwezen naar Hof Den Bosch. Het zijn dus nog lopende procedures. Het hof moet de omvang van het privégebruik nog bepalen aan de hand van de meegegeven uitgangspunten van de Hoge Raad. Met name zal het hof invulling moeten geven aan het oordeel van de Hoge Raad dat een redelijke schatting van de verhouding tussen het werkelijk zakelijk en privégebruik volstaat als concrete gegevens daarvoor ontbreken. Kortom, wanneer is een schatting redelijk? Moet er daarom niet sowieso worden gewacht totdat Hof Den Bosch hierover uitspraak heeft gedaan? De praktijk heeft dan wellicht ook concrete uitgangspunten/ handvatten voor het aanleveren van de gevraagde nadere motivering.