Btw-aftrek bij belaste verhuur zolderverdieping woning aan bv
Een man en een vrouw sluiten eind 2014 een maatschapsovereenkomst voor de belaste verhuur van de zolderverdieping van hun nieuwe woning aan de bv van de vrouw. De woning wordt in 2015 gebouwd en op 18 maart 2016 opgeleverd. De maatschap claimt aftrek van een deel van de voorbelasting op de bouwkosten. Medio juni 2016 sluit de maatschap een huurovereenkomst met de bv van de vrouw. De inspecteur weigert de aftrek van btw, omdat de woning na de oplevering eerst geheel voor privédoeleinden is gebruikt en de (belaste) verhuur van de zolderverdieping pas later is ingegaan. Dit is onjuist, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden.
De zolderverdieping wordt pas enige tijd na de oplevering verhuurd. Daarom stelt de inspecteur dat de woning pas later voor een economische activiteit is aangewend. Er kan dan volgens hem geen aanspraak meer worden gemaakt op aftrek van voorbelasting. Het gebruik ten tijde van de oplevering is namelijk gewijzigd ten opzichte van de intentie tijdens de bouw.
Het hof volgt hier echter het standpunt van de man en de vrouw. Het is steeds hun bedoeling geweest om de zolderverdieping via de maatschap btw-belast te verhuren aan de bv van de vrouw. Tussen de oplevering en de verhuur aan de bv is de verdieping klaar gemaakt voor gebruik als kantoor voor de bv. Het hof baseert zijn oordeel op de volgende feiten:
- de maatschapsovereenkomst;
- de intentieovereenkomst voor verhuur aan de bv;
- de factuur aan de bv voor de vloerbedekking op de zolderverdieping; en
- de huurovereenkomst tussen de maatschap en de bv.
Het onmiddellijk gebruik voor belaste prestaties bij oplevering is volgens het hof alleen van belang om de omvang van het btw-aftrekrecht te bepalen – en niet voor het ontstaan van het aftrekrecht. Ook als de woning eerst voor privédoeleinden zou zijn gebruikt, zou dit niet in de weg hoeven te staan aan het ontstaan van het aftrekrecht. Ook het feit dat de bv pas later huur is gaan betalen, staat niet aan het aftrekrecht in de weg.