BV terecht aansprakelijk voor btw-schulden fiscale eenheid
Een BV behoort tot een fiscale eenheid voor de btw. Begin 2012 gaan drie andere BV's van de eenheid failliet. De BV wordt aansprakelijk gesteld voor de openstaande btw-schulden van de fiscale eenheid. Dat is niet in strijd met de Btw-richtlijn, oordeelt de Hoge Raad. De aansprakelijkstelling is nodig om de belastingschulden van de fiscale eenheid te innen. De aansprakelijkstelling maakt ook geen inbreuk op de beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid. Dat de fiscale eenheid ten tijde van de beschikking tot aansprakelijkheid niet meer (in ongewijzigde vorm) bestaat, doet daar niets aan af. Wel is van belang dat de fiscale eenheid bestaat op het tijdstip waarop de btw verschuldigd is geworden.
In deze zaak is het belang de aansprakelijkstelling voor de niet betaalde btw van de andere BV’s die tot de fiscale eenheid behoren. De inspecteur had een beschikking fiscale eenheid afgegeven, die bekendgemaakt was aan alle onderdelen van de fiscale eenheid. Het bestaan van de fiscale eenheid staat hierdoor vast. Dit heeft tot gevolg dat de formele rechtskracht van de beschikking fiscale eenheid blijft voortbestaan zolang het einde van de deelname aan de fiscale eenheid niet schriftelijk is gemeld bij de Belastingdienst. Dat de andere BV’s failliet gingen voordat de BV aansprakelijk werd gesteld, doet daar niet aan af.
Tip
Als voor het bestaan van de fiscale eenheid een beschikking is afgegeven, eindigt die aansprakelijkheid pas als het einde van de fiscale eenheid schriftelijk is gemeld bij de Belastingdienst. Check daarom altijd of dit ook feitelijk is gebeurd.
Geen beschikking
Is er geen beschikking, maar bestaat er feitelijk wel een fiscale eenheid omdat de betrokken onderdelen handelen ‘als ware er een fiscale eenheid’? In dat geval is dit onvoldoende om een onderdeel van de fiscale eenheid aansprakelijk te stellen voor onbetaalde btw-schulden (van andere onderdelen) van de fiscale eenheid.