Geen FE tussen ziekenhuis en joint venture bv van ziekenhuis en schoonmaakbedrijf
Een ziekenhuis en een schoonmaakbedrijf richten in 2008 een joint venture bv op. Deze bv houdt zich bezig met het tegen vergoeding leveren van facilitaire diensten en schoonmaakdiensten aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis houdt 51% van de aandelen van de bv en het schoonmaakbedrijf 49%. De Belastingdienst verbreekt per 1 juli 2014 de tot dan toe bestaande fiscale eenheid (FE) voor de btw tussen de joint venture bv en het ziekenhuis. Laatstgenoemden blijven daarna echter handelen alsof zij een fiscale eenheid zijn gebleven. De inspecteur legt voor het derde en vierde kwartaal een naheffingsaanslag op. Maar is dat terecht?
De inspecteur, het ziekenhuis en het schoonmaakbedrijf zijn het er over eens dat sprake is van economische verwevenheid. Voor de vorming van een fiscale eenheid is echter ook financiële en organisatorische verwevenheid nodig. Daarover verschillen partijen van mening. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat sprake is van financiële verwevenheid. Het ziekenhuis houdt de meerderheid (51%) van de aandelen in de bv – en daarmee de zeggenschap – in het schoonmaakbedrijf. Dat na het betreffende tijdvak in de statuten de stemverhouding is gewijzigd, doet daar niet aan af.
De rechtbank oordeelt vervolgens dat er geen sprake van een organisatorische verwevenheid tussen de bv en het ziekenhuis. Het ziekenhuis heeft wel enige mate van instructiebevoegdheid aan de bv, maar dat is onvoldoende. Uit de statuten blijkt namelijk dat een meerderheid van tweede derde van de stemmen nodig is voor een bestuursbesluit. Dit betekent dat het ziekenhuis afhankelijk is van de medewerking van het schoonmaakbedrijf. De bv is daardoor dus onvoldoende ondergeschikt aan de bv.