Geen nultarief bij uitvoer doorverkocht springpaard
Een bv met stallen in Nederland en België fokt en traint springpaarden. Zij koopt in 2017 een paard, dat zij na anderhalve maand weer doorverkoopt. De bv laat het doorverkochte paard van België overbrengen naar Schiphol en vandaar wordt het paard vervoerd naar de VS. De bv claimt in haar btw-aangifte het nultarief voor de uitvoer van het springpaard aan de koper in de VS. Bij een boekenonderzoek blijkt dat er van deze transactie twee facturen zijn: een met een koper op de Britse Maagdeneilanden en een met een koper in de VS. Volgens de inspecteur is het paard eerst verkocht aan de eerstgenoemde afnemer en daarna namens deze doorverkocht aan de afnemer in de VS.
De inspecteur stelt dat de uitvoer dus samenhangt met de levering het paard, dat door de koper op de Britse Maagdeneilanden is doorverkocht. De bv was dus geen eigenaar van het paard op het moment van de uitvoer en kan daarom het nultarief niet toepassen. De bv maakt niet aannemelijk dat zij tot de uitvoer als eigenaar over het paard kon beschikken. Er was onder meer geen schriftelijke verkoopovereenkomst. De stelling van de inspecteur blijft daarom overeind, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Volgens de rechtbank slaagt de bv ook niet in haar stelling dat de levering in België heeft plaatsgevonden, omdat daar het vervoer is aangevangen. De bv maakt niet aannemelijk dat de levering niet in Nederland heeft plaatsgevonden. De naheffingsaanslag is terecht, maar moet wel worden verminderd. De inspecteur heeft namelijk de stelling van de bv dat zij de btw niet op haar afnemer kan verhalen, onvoldoende weersproken.