Geen opzettelijk onjuiste toepassing nultarief door autohandelaar?
Een man drijft een eenmanszaak, die handelt in gebruikte auto's. De man paste het nultarief toe voor de auto’s die hij aan verschillende kopers in Italië leverde. Volgens de inspecteur vertoonde de administratie behoorlijke gebreken. Hij legt de man naheffingsaanslagen en vergrijpboetes van 50% op. Volgens Hof ’s-Hertogenbosch is de vergrijpboete passend en geboden, omdat het aannemelijk is dat de autohandelaar met voorwaardelijke opzet te weinig btw heeft voldaan. Het hof verwijt de man onder andere dat hij had moeten inzien dat hij het transport van de auto’s naar Italië niet kon aantonen door zijn gebrekkige documentatie. Maar hoe ziet de Hoge Raad dit?
Het feit dat de autohandelaar zijn adviseur desondanks de aangiften met toepassing van het btw-nultarief heeft laten indienen, in combinatie met ongeloofwaardige verklaringen van hem ter zitting, vindt het hof eveneens relevant. De Hoge Raad ziet dat anders: de constatering dat de autohandelaar ‘had moeten inzien’ dat hij het btw-nultarief niet aannemelijk zou kunnen maken, betekent nog niet dat hij ook met opzet heeft gehandeld. Ook de omstandigheid dat de man ter zitting geen openheid van zaken heeft gegeven en dat hij het laakbare van zijn gedragingen niet heeft ingezien, kan niet bijdragen aan het oordeel dat hij bewust fouten heeft gemaakt. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en verwijst naar het hof om opnieuw te laten beoordelen of de vergrijpboetes terecht zijn opgelegd.
Commentaar
Vergrijpboetes kunnen alleen worden opgelegd als er sprake is van grove schuld of opzet bij de ondernemer. De bewijslast hiervan ligt bij de inspecteur. Uit de uitspraak van de Hoge Raad blijkt in ieder geval dat de inspecteur niet te gemakkelijk mag aannemen dat (voorwaardelijk) opzet aan de orde is.