Geen verlaagd tarief op entreegelden uitgaanscomplex
Een bv exploiteert een uitgaanscomplex, waar dj’s optreden. Zij past het verlaagde btw-tarief toe op de entreegelden. De bv meent namelijk dat wat zij aanbiedt, soortgelijk is aan wat er op danceparty’s wordt aangeboden aan de bezoekers. De inspecteur stelt dat op de entreegelden het normale btw-tarief van toepassing is en legt een naheffingsaanslag op. Terecht, oordeelt Rechtbank Gelderland. De bv maakt niet aannemelijk dat haar aanbod vergelijkbaar is met het aanbod van een danceparty. Zij verleent daarom geen toegang tot een muziekuitvoering en/of een danceparty, waarop het lage btw-tarief van toepassing is.
Uit de overgelegde stukken blijkt een aantal zaken:
- het publiek komt niet speciaal voor de dj’s en de dj’s nemen zelf ook geen eigen publiek mee;
- als er in een van de vier zalen een optreden is, kunnen niet alle bezoekers daar naartoe, omdat zij niet allemaal in een zaal passen. De bezoekers hebben dus geen garantie dat zij de optredens kunnen zien;
- de bv biedt niet eveneens optredens van dansers, video- en lichtkunstenaars aan;
- er treden niet 8 tot 10 dj’s op per avond, maar slechts 3 tot 4.
Op grond van deze stukken kan niet worden gesteld dat de bv toegang verleent tot een muziekuitvoering of danceparty. De btw-naheffingsaanslag is terecht opgelegd. Wel heeft de bv volgens de rechtbank recht op immateriële schadevergoeding, omdat de procedure te lang heeft geduurd.