BTW

Geen willekeur bij vaststelling omvang privégebruik auto

gepubliceerd op: 01 mei 2017

Een CV koopt een gebruikte auto en stelt die ter beschikking aan haar beherend vennoot. Zij past over het tweede halfjaar van 2011 de forfaitaire regeling toe (2,7% van de cataloguswaarde). De CV stelt dat deze forfaitaire regeling in strijd is met de Btw-richtlijn. De Hoge Raad oordeelt dat daar geen sprake van is, mits met die regeling niet meer btw wordt geheven dan over de aan het privégebruik toe te rekenen (werkelijke) uitgaven. De CV moet gegevens overleggen om die uitgaven vast te stellen. De inspecteur mag echter de omvang van het privégebruik niet naar willekeur vaststellen, omdat die gegevens niet uit de administratie kunnen worden afgeleid.

Ook in deze zaak geeft de Hoge Raad aan hoe de omvang van het privégebruik naar redelijkheid kan worden vastgesteld. Dat kan op grond van statistische gegevens of aan de hand van de omstandigheden, zoals de aard van de onderneming, de zakelijke doeleinden waarvoor de auto bruikbaar is en de werkzaamheden van de gebruiker van de auto. Ook deze zaak is daarom verwezen naar Hof Den Bosch.

Tarief gebruikte auto
De CV stelt ook dat het toegepaste percentage van de forfaitaire regeling van 2,7% disproportioneel hoog is, gezien de leeftijd van de auto op het moment van aanschaf. Zij zou daarom recht hebben op het verlaagde percentage van 1,5%. De Hoge Raad wijst die stelling af; de CV voldoet niet aan de voorwaarde voor toepassing van dit percentage. De auto wordt namelijk niet langer dan 5 jaar voor de onderneming gebruikt. 

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.