BTW

Grond voor aanleg golfbaan geen bouwterrein

gepubliceerd op: 28 mei 2018

Een bv koopt percelen grond voor de aanleg van een golfbaan. Voorafgaand aan de levering worden er voorbereidende werkzaamheden verricht aan de grond. In de leveringsakte staat dat de grond een bouwterrein is. Daarom wordt btw in rekening gebracht en geen overdrachtsbelasting (OVB). Na de levering koopt de bv een belendend perceel, bouwt daarop een clubhuis en legt een parkeerterrein aan. De inspecteur stelt dat de voor de golfbaan bestemde grond niet aan te merken is als bouwterrein en heft OVB na. Terecht, oordeelt verwijzingshof Hof Den Bosch. De golfbaan leent zich - los van het clubhuis - voor zelfstandig gebruik. Golven is namelijk ook zonder clubhuis mogelijk.

Ook oordeelt het hof in deze zaak dat de golfbaan niet als bebouwing in de zin van de btw of als ‘erbij behorend terrein’ kan worden aangemerkt. De grond van de golfbaan behoort niet bij – of is niet dienstbaar aan – een gebouw (artikel 11, leden 3 en 4 Wet OB).

De Hoge Raad oordeelde dat het verwijzingshof Amsterdam een onjuiste toets had aangelegd bij de beoordeling of er sprake is van een bouwterrein. Verwijzingshof Den Bosch moest daarom opnieuw uitzoeken of de golfbaan en het clubhuis zich afzonderlijk lenen voor zelfstandig gebruik. Deze vraag beantwoordt het hof – in tegenstelling tot Hof Amsterdam -bevestigend.

Bouwterrein sinds 1 januari 2017
Is een perceel grond een bouwterrein, dan is de levering van het perceel door een btw-ondernemer van rechtswege belast met btw en is er geen OVB verschuldigd. Sinds 1 januari 2017 is er al sprake van een bouwterrein als er ‘onbebouwde grond wordt geleverd die kennelijk is bestemd om te worden bebouwd met een of meer gebouwen’. In verband hiermee is onder voorwaarden ook het toepassingsbereik van de samenloopvrijstelling verruimd met terugwerkende kracht tot 17 december 2015. Jouw cliënt krijgt op verzoek teruggaaf of vermindering van OVB als de voldoening op aangifte of de naheffingsaanslag op 17 december 2015 onherroepelijk is komen vast te staan.
Op 17 december 2015 besliste Rechtbank Zeeland-West-Brabant namelijk dat de samenloopvrijstelling ook van toepassing is bij de verkrijging van een terrein dat enkel op basis van de btw-richtlijn kwalificeert als bouwterrein. Hoewel dit toen niet strookte met de Nederlandse regelgeving, keurde de staatssecretaris in het besluit BLKB2016/508M goed dat de vrijstelling onder voorwaarden en op verzoek kon worden benut. Deze goedkeuring is inmiddels omgezet in wetgeving.

Tip
Heb je cliënten die op grond van deze verruiming alsnog gebruik kunnen maken van de samenloopvrijstelling? Maak hen er dan op attent dat zij mogelijk op verzoek alsnog teruggaaf of vermindering van OVB kunnen krijgen.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.