Naheffing bij FE maar geen correctie btw-aftrek wegens privégebruik auto’s
Een holding-bv en een werk-bv houden zich bezig met management- en financieringsadvies. Zij kopen en verkopen auto’s die de enig aandeelhouder van de holding-bv en zijn echtgenote zakelijk en privé gebruiken. De inspecteur stelt dat de holding-bv en de werk-bv een fiscale eenheid (FE) voor de btw vormen en dat de FE te weinig omzet aangeeft. Ook stelt hij dat de auto’s die door de echtgenote worden gebruikt onterecht als zakelijk zijn aangemerkt en dat de aftrek van btw over het privégebruik onjuist is berekend. Hij legt daarom aan de FE naheffingsaanslagen op over 2012 t/m 2016, verhoogd met vergrijpboetes. Wie trekt er aan het langste eind?
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur terecht stelt dat de holding-bv en de werk-bv een fiscale eenheid (FE) vormen. De stelling van de enig aandeelhouder dat sinds 18 oktober 2007 (einde btw-ondernemerschap voor dga’s) die eenheid niet meer bestaat, is onjuist. Toen is alleen de aandeelhouder uit de eenheid ontvoegd. Ook de stelling dat de holding-bv geen btw-ondernemer zou zijn, houdt geen stand. De aandeelhouder van de holding-bv is in loondienst bij de holding-bv en verricht op grond van een managementovereenkomst werkzaamheden voor de werk-bv. Het uitlenen van personeel is een btw-belaste dienst. De holding-bv is dus ondernemer voor de btw.
Naheffingsaanslagen en vergrijpboetes
Uit een boekenonderzoek is gebleken dat er een verschil is tussen de aangegeven omzet en de op bankrekening ontvangen bedragen. De rechtbank stelt vast dat de FE dus niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Daardoor wordt de bewijslast omgedraaid en verzwaard. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat geen stukken zijn overgelegd, waaruit blijkt dat de naheffingsaanslagen onterecht zijn opgelegd. Wel acht de rechtbank de correcties van de aftrek van voorbelasting wegens het privégebruik van drie auto’s die door de echtgenote worden gebruikt, niet redelijk. Deze auto’s zijn om zakelijke redenen aangeschaft. In zoverre moeten de naheffingsaanslagen en vergrijpboetes worden verminderd. Bovendien moet de vergrijpboete worden verminderd vanwege de (te) lange duur van de procedure.