BTW

Onderverhuur deel kunst- en cultuurcentrum geen verhuur-plus

gepubliceerd op: 02 februari 2026

Een stichting exploiteert een kunst- en cultuurcentrum vanuit een gehuurd pand van de gemeente Den Haag. Zij verhuurt het pand deels onder aan onder meer het Koninklijk Conservatorium (KC) op basis van een samenwerkingsovereenkomst en een gebruiksovereenkomst. Daarnaast levert zij aan het KC bijkomende diensten, zoals schoonmaak, beveiliging, onderhoud en facilitaire diensten. De stichting meent dat er sprake is van verhuur-plus en dat zij daarom recht heeft op vooraftrek. De inspecteur stelt dat er sprake is van vrijgestelde verhuur. Rechtbank Den Haag gaat hierin mee.

De rechtbank oordeelt dat de onderverhuur en het verrichten van de bijkomende diensten zo nauw met elkaar verbonden zijn dat er sprake is van één ondeelbare prestatie. Deze prestatie bestaat volgens de rechtbank in wezen uit vrijgestelde verhuur van een onroerende zaak. De activiteiten die de stichting voor KC verricht, zijn vooral gericht op het (door de gemeente verplicht) onderverhuren van een gedeelte van het gebouw. Dat zij als onderverhuurder onderhoud verricht, het gebouw bewaakt en schoonmaakt en de kosten van gas, water en elektriciteit en ook de verzekeringspremies betaalt, maakt dat niet anders. Zij verschilt daarin niet van bijvoorbeeld de verhuurder van opslagruimte. Verder is het vanzelfsprekend dat de exploitant van een gebouw ervoor moet zorgen dat het gebouw voldoet aan de gestelde veiligheidseisen. Er is dus geen sprake van verhuur-plus, waardoor de stichting geen recht op vooraftrek heeft.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.