Parkeren bij pretpark valt onder 6%-tarief
Een Limburgs pretpark biedt tegen betaling parkeergelegenheid aan bezoekers van het park. Zij meent dat het verlaagde btw-tarief hierop van toepassing is. De inspecteur vindt de parkeerdienst een zelfstandige prestatie, die belast is met het normale btw-tarief. Hof Den Bosch oordeelt dat de parkeerdienst alleen een middel is om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie (toegang verlenen tot het pretpark). De parkeerdienst is een bijkomende prestatie bij de hoofdprestatie. Het tarief van deze dienst volgt daarom het tarief van de hoofdprestatie. Het verlaagde btw-tarief is daarom ook van toepassing op de parkeerdienst.
Er zijn al de nodige uitspraken geweest over deze kwestie. Zo oordeelde de Hoge Raad vorig jaar in augustus over het btw-tarief voor parkeren bij het Nationaal Park De Hoge Veluwe. In die zaak vormde het parkeren een zelfstandige prestatie die belast is tegen het algemeen tarief van 21%. Daar waar het park ook toegankelijk is voor auto’s en bezoekers met hun auto het park ingaan, kan het 6%-tarief wel worden toegepast op de extra vergoeding die zij daarvoor betalen.
Op basis van de rechtspraak is in ieder geval duidelijk dat vooral de feiten en omstandigheden bepalen of een parkeerdienst een bijkomende of een zelfstandige prestatie is. Dit keer trok de belastingplichtige aan het langste eind. Overigens wordt er in deze zaak wel doorgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Dus niet te vroeg juichen.