Pro-rata-aftrek btw op algemene kosten niet deels naar werkelijk gebruik
Een bv verzorgt kinderopvang en heeft een digitaal platform ontwikkeld waarvan derden gebruikmaken. De bv berekent de aftrek van de btw op de algemene kosten - voor zover die betrekking hebben op de platformkosten - aan de hand van het werkelijk gebruik. De btw op de overige algemene kosten stelt zij vast op basis van de omzetverhoudingen. De inspecteur hanteert uitsluitend de pro-rata-methode op basis van de omzetverhoudingen voor de aftrek van btw op alle algemene kosten. Dat is terecht, oordeelt de Hoge Raad. De btw-aftrek bij gemengd gebruik kan niet deels worden berekend op basis van het werkelijk gebruik.
De Nederlandse regeling waarbij de btw-aftrek bij gemengd gebruik wordt berekend op basis van het werkelijk gebruik, is volgens de Hoge Raad niet in strijd met de Btw-richtlijn. Maar deze berekeningswijze kan alleen worden toegepast als het werkelijk gebruik niet overeenkomt met de mate van aftrek berekend volgens de pro rata naar omzetverhouding. Op basis van de Btw-richtlijn (artikel 173, lid 2 letters c en d) kan een lidstaat ervoor kiezen om beide verdeelsleutels naast elkaar toe te passen voor de bepaling van de btw-aftrek bij gemengd gebruik. Nederland heeft echter geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.