Pro rata-berekening btw-aftrek bij verhuur combigebouw
Enkele bedrijven willen een kennis- en innovatiecentrum in de glastuinbouw realiseren en kopen daartoe drie bij elkaar liggend percelen grond. De ene vennootschap realiseert op haar perceel een school, de andere verricht op haar perceel bedrijfsactiviteiten. Een bv realiseert op haar grond een combigebouw, waar onderwijs en bedrijfsactiviteiten samenkomen. Het centrum wordt medio 2017 in gebruik genomen. De bv sluit huurovereenkomsten voor de verhuur van de ruimtes in het combigebouw en opteert daarbij voor btw-belaste verhuur. Een van de huurders is de vennootschap met de school. Tussen de bv en de fiscus ontstaat een geschil over de btw-aftrek op de bouw- en exploitatiekosten.
De bv trekt in 2017 en 2018 alle btw af op de bouw- en exploitatiekosten. Het combigebouw wordt echter ook gebruikt voor vrijgestelde (onderwijs)prestaties. De bv stelt dat het gebouw bij toerekening van de vloeroppervlakte slechts voor 8,85% vrijgesteld wordt gebruikt en voor 91,15% voor belaste prestaties. Zij gaat er daarbij van uit dat de verhuur aan de vennootschap met de school bestaat uit twee afzonderlijke diensten: de vrijgestelde verhuur voor onderwijs en het belast ter beschikking stellen voor medegebruik van de overige niet-afsluitbare ruimtes. De inspecteur stelt dat de verhuur aan de vennootschap met de school slechts bestaat uit één vrijgestelde prestatie, namelijk de verhuur van een onroerende zaak. Hij baseert dit op de in 2017 gesloten huurovereenkomst. De school huurt op grond van die overeenkomst 2041,7 m2 van de totale vloeroppervlakte van 7.763,6 m2. Het belaste gebruik moet dus worden vastgesteld op 73,7%. De btw op de bouw- en exploitatiekosten is daardoor slechts voor 73,7% aftrekbaar.
Oordeel rechtbank
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het werkelijk gebruik van het combigebouw op de juiste wijze heeft vastgesteld. De bv maakt niet aannemelijk dat het werkelijk gebruik afwijkt van de vloeroppervlakteverdeling in de huurovereenkomst. Ook maakt zij niet aannemelijk dat de door de vennootschap met de school betaalde huur deels betrekking heeft op de huurprijs en deels op een gebruikersvergoeding voor de overige ruimtes in het gebouw. De pro rata-berekening van de inspecteur is juist en de naheffingsaanslag blijft in stand.