Vervoer ambulante werknemers valt onder privégebruik
Een bv die in huishoudelijke apparatuur handelt, stelt auto’s ter beschikking aan haar werknemers, onder wie ambulante werknemers. Zij zijn meestal onderweg of bij de klant. Sommige ambulante werknemers gebruiken de auto meer dan 500 km privé, andere hebben een verklaring privégebruik. Daarbij is geen rekening gehouden met het woon-werkverkeer. De bv baseert het privégebruik in haar btw-aangifte op het forfait van 2,7%. Zij maakt vervolgens daartegen bezwaar en stelt dat de forfaitaire btw-correctie van het privégebruik - op grond van de statistische methode - te hoog is. Rechtbank Noord-Holland gaat hier niet in mee.
De rechtbank oordeelt dat de bv met de statistische methode niet aannemelijk maakt dat de forfaitaire btw-correctie wegens privégebruik tot een hogere btw-heffing leidt dan is toegestaan op basis van de Btw-richtlijn. Zij heeft geen kilometeradministratie van de auto’s overgelegd en ook geen redelijke schatting gemaakt op basis van bedrijfsgegevens. Bovendien valt het woon-werkverkeer van ambulante werknemers wél onder het privégebruik.
Geen bijzondere omstandigheden
De bijzondere omstandigheden van het Fillibeck-arrest van het EU-Hof – waarop de bv haar standpunt baseert – doen zich bij haar niet voor. Die bijzondere omstandigheden betreffen situaties waarin de werkgever, vanwege de behoeften van de onderneming, zelf zorgt voor passend vervoer tussen woning en werkplek. In die situaties dient het door de werkgever georganiseerde vervoer uitsluitend bedrijfsdoeleinden. Het privévoordeel van de werknemers is daar dan ondergeschikt aan.