Voetnoot in Vastgoedbesluit maakt vrijgestelde levering bouwkavels mogelijk
Een varkenshouder koopt landbouwgrond, waarop voorheen stallen stonden. Hij splitst de grond op in kavels en verkoopt deze aan derden zonder btw te factureren. De inspecteur meent dat drie kavels btw-belaste bouwterreinen zijn en legt een naheffingsaanslag op. De rechtbank oordeelt dat een van de kavels bebouwde grond is (en dus geen bouwterrein), omdat op het moment van de levering bebouwing aanwezig was. De andere kavels zijn wel bouwterreinen, maar door de bewoordingen in een voetnoot in het Vastgoedbesluit mocht de varkenshouder erop vertrouwen dat ook deze kavels bebouwde grond waren. Op deze kavels waren nog een gedeelte van de funderingen en de mestputten aanwezig.
Aan de vraag of er sprake was van leveringen van (vrijgestelde) bebouwde grond of van belaste bouwterreinen, ging de vraag vooraf of de varkenshouder btw-ondernemer was voor de verkoop van de kavels. De rechtbank oordeelt dat hij heeft gehandeld als handelaar. De activiteiten die de varkenshouder zelf heeft ontplooid voorafgaand aan de verkoop van de kavels en de voorbereidende werkzaamheden die hij heeft laten verrichten, kwalificeren als economische activiteiten. Hij heeft de kavels dus als btw-ondernemer geleverd.
Herziening btw-aftrek
Hoewel de leveringen van bebouwde grond btw-vrijgesteld zijn, had de varkenshouder wel de aan hem in rekening gebrachte btw in aftrek gebracht. Het geslaagde beroep op het Vastgoedbesluit heeft daarom wel tot gevolg dat de afgetrokken btw moet worden herzien. De rechtbank houdt hiermee rekening bij de vermindering van de btw-naheffingsaanslag.