Voorgenomen aanpak aandelenvastgoedtransacties aangepast
De samenloopvrijstelling OVB/BTW kan worden toegepast bij de aankoop van vastgoed, maar ook bij de aankoop van nieuwe onroerende zaken via een aandelentransactie. Hierdoor is geen btw verschuldigd én geen OVB. Dit vindt de wetgever ongewenst en dus wordt voor deze situatie de samenloopvrijstelling aangepast. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe onroerende zaken die gedurende 2 jaar na de verkrijging van de aandelen voor 90% of meer voor belaste prestaties worden gebruikt (denk aan hotels en supermarkten) en nieuwe onroerende zaken die voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties worden gebruikt (denk aan vrijgestelde verhuur van woningen of zorgvastgoed).
Bij nieuwe onroerende zaken die gedurende 2 jaar na de verkrijging van de aandelen voor 90% of meer voor belaste prestaties worden gebruikt, is de koper bij de verkrijging van de aandelen geen btw verschuldigd en ook geen OVB. In het geval nieuwe onroerende zaken voor minder dan 90% voor btw-belaste prestaties worden gebruikt, is de koper bij de verkrijging van de aandelen 4% OVB verschuldigd. Deze nieuwe regels voor de samenloopvrijstelling moeten vanaf 1 januari 2025 in werking treden. De aanpassing van de samenloopvrijstelling wordt opgenomen in het Belastingplan 2024.
Overgangsrecht
Er is ook overgangsrecht aangekondigd voor projecten waarbij er vóór Prinsjesdag 2023 een intentieovereenkomst is getekend én waarbij de levering van de aandelen vóór 1 januari 2030 plaatsvindt. Alleen voor deze projecten geldt de aanpassing dus niet en blijft de huidige regeling van toepassing.