Aangenomen moties voor aanpassing steunmaatregelen
De Tweede Kamer heeft een aantal moties aangenomen na een debat over de steunmaatregelen in het kader van de coronacrisis. Die moties moeten het kabinet ertoe bewegen om de steunmaatregelen aan te passen. Hierna volgende de belangrijkste punten waarop de steunmaatregelen door de moties mogelijk worden aangepast, voorzien van ons commentaar.
Bedrijven met seizoenspieken vallen niet onder de NOW
Bedrijven die seizoenspieken hebben - in omzet of in loonkosten - vallen nu vaak niet onder NOW-regeling. Bloementelers en strandtenthouders hebben in het eerste kwartaal vaak veel minder omzet (en dus verlies in maart). Ook hebben zij pas in het tweede of derde kwartaal de hogere loonkosten en het verlies. Daarom wordt gevraagd of op korte termijn en na afstemming met de branches kan worden bezien hoe aanvullende maatregelen ingezet kunnen worden voor (structureel) werkbehoud bij organisaties met een seizoenspiek.
Omzetbepaling in de NOW
In een andere motie is verzocht om te onderzoeken of de NOW-regeling zodanig kan worden aangepast dat voor de bepaling van de omzet een periode wordt genomen die representatief is, bijvoorbeeld dezelfde periode van een jaar eerder. Deze motie is aangehouden.
Commentaar
Het is nog niet duidelijk of en hoe de Minister bovenstaande moties gaat vertalen in aanpassingen van de NOW-regeling. De Minister kan zich beperken tot bedrijven met seizoenspieken, zoals in eerstgenoemde motie is verzocht. Het is ook mogelijk dat hij aanpassingen doet voor alle bedrijven die:
- hetzij in januari 2020 geen loonkosten hadden maar in een latere maand wel; en/of
- in de gekozen omzetperiode in 2020 (nog) niet ten minste 20% omzetverlies ten opzichte van de omzet in 2019 hadden, maar in een later tijdvak wel.
Minister Koolmees lijkt bereid te zijn om ‘iets specifieks te organiseren’ voor bedrijven die hun omzet en loonkosten vooral in een bepaalde periode maken. Hij geeft wel aan dat het opstellen van de criteria hiervoor niet eenvoudig is.
Beoordeling korten inkomsten op de TOZO-uitkering
Enkele gemeenten korten uitbetalingen van facturen in maart voor in februari 2020 verrichte werkzaamheden op de TOZO-uitkeringen over maart 2020. De motie verzoekt om te bezien of bij het berekenen van de TOZO-uitkering alleen inkomsten hoeven te worden verrekend, waarvoor werk is verricht binnen de aanvraagperiode maart t/m mei 2020. Betalingen voor eerder verricht werk moeten dus buiten beschouwing worden gelaten.
Commentaar
Als de gevraagde aanpassing er komt, is het van belang of die terugwerkt tot 1 maart 2020 Daar lijkt het wel op. Daarnaast is vervolgens afwachten in hoeverre gemeenten de TOZO-uitkeringen ‘spontaan’ gaan aanpassen, of dat de ondernemer daarom moet verzoeken.
Vangnet voor een deel van de flexwerkers
Het UWV maakte bekend dat over maart 2020 er een forse stijging van aangevraagde WW-uitkeringen heeft plaatsgevonden en dan met name onder jongeren en uitzendkrachten (zie hiervoor). Het UWV verwacht dat de stijging van WW-aanvragen in april 2020 nog forser zal uitvallen. Er zijn echter ook ontslagen flexwerkers die niet aan de voorwaarden van de WW voldoen, bijvoorbeeld omdat zij korter dan 26 weken in de laatste 36 weken hebben gewerkt. Zij komen vaak ook niet voor een bijstandsuitkering in aanmerking, omdat er bijvoorbeeld een partner is met inkomen of vermogen. In de motie wordt verzocht om voor deze groep ontslagen flexwerkers een tijdelijke, uitvoerbare regeling kan worden getroffen.
Commentaar
Opvallend is dat wordt verzocht om een tijdelijke regeling te treffen naast de maatregelen voor behoud van banen (NOW-regeling, de regeling voor zelfstandigen (TOGS en Tozo), de WW en de bijstand (Participatiewet). Kortom, waarschijnlijk worden bestaande wetten en regelingen voor ontslagen flexwerkers niet aangepast, maar dat er een totaal nieuwe regeling zal worden ontworpen. Minister Koolmees probeert iets te bedenken, maar kan niet garanderen dat alle mensen uit de groep van ontslagen flexwerkers worden gecompenseerd.
AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers
De ondernemingen van AOW-gerechtigde zelfstandige ondernemers kunnen volgens de indieners van deze motie grote schade lijden door de coronacrisis. Daardoor kunnen deze ondernemers onder het bestaansminimum geraken. In de motie wordt verzocht om de coronamaatregelen zo in te richten dat ook schade aan ondernemingen van
AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers beperkt kan worden.
Commentaar
De AOW-uitkering is niet afhankelijk van inkomen en/of vermogen van de AOW-gerechtigde. De uitkering is gerelateerd aan het netto minimumloon. De AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemer zou onder het sociaal minimum terecht kunnen komen, doordat hij/zij uitgaven moet doen voor lasten van zijn/haar onderneming. Deze situatie kan ook aan de orde zijn voor ondernemers zonder AOW-uitkering, met weinig inkomsten uit de onderneming en veel lasten. De reikwijdte van door de Minister te treffen maatregelen ter uitvoering van deze motie kan dus van belang zijn meer zelfstandig ondernemers dan alleen AOW-gerechtigde zelfstandig ondernemers.
Aanpassing SBI-codes in de TOGS
Een grote groep ondernemers komen niet voor de TOGS-regeling in aanmerking, omdat de SBI-code van de hoofdactiviteit is gewijzigd of een SBI-code is toegevoegd, nadat zij nevenactiviteiten zijn gaan verrichten. Wanneer de nevenactiviteit aansluit bij de hoofdactiviteit op basis van de omschrijving van de bedrijfsactiviteit, wordt het kabinet verzocht om te onderzoeken of het mogelijk is om alle SBI-codes van een onderneming in aanmerking te nemen en op basis hiervan de TOGS-uitkering toe te kennen.
Commentaar
Als (handmatig) van alle nevenactiviteiten de (andere) SBI-codes moeten worden bepaald, lijkt het verzoek in deze motie niet eenvoudig uit te voeren. Het is afwachten hoe de Minister deze motie vorm gaat geven.