Actief en passief beleggen: twee routes naar vermogensgroei
Beleggen kunt u grofweg uitsplitsen in actief en passief beleggen. Actief beleggen kenmerkt zich door de actief beheerde beleggingsfondsen, waarmee geprobeerd wordt een hoger rendement te behalen dan de index (die als benchmark fungeert). Bij passief beleggen probeert men het rendement van de index zo goed mogelijk te volgen (indexbeleggen). Het actieve beheer van beleggingsportefeuilles brengt meer kosten met zich mee dan indexbeleggen, omdat voor het laatste geen beleggingsspecialisten nodig zijn. Onderzoek toont herhaaldelijk aan dat de overgrote meerderheid van de actieve beleggers de index niet verslaat. Passief beleggen levert doorgaans meer vermogensgroei op.
Wie gaat beleggen, neemt altijd risico. Beleggingen kunnen in waarde fluctueren als gevolg van koersschommelingen. Daarom geldt als belangrijkste regel dat het verstandig is om niet al het geld in slechts één fonds of enkele fondsen te beleggen. Bij de keuze voor passief beleggen wordt in ETF’s (ook wel trackers of indextrackers genoemd) belegd. Een ETF is een beursgenoteerd fonds dat een index volgt. Simpel gezegd: u koopt met een ETF in één keer alle aandelen uit een index, bijvoorbeeld de AEX of een wereldaandelenindex.
Tip
Een belegger die in een ETF (Exchange Trade Fund) belegt, zorgt daarmee voor een brede spreiding tegen lage kosten. ETF’s zijn eenvoudig te kopen en ook weer te verkopen. Een ETF is dan ook de meest eenvoudige vorm van een beleggingsfonds en geschikt voor vermogensopbouw.