Cryptovaluta belast in box 3
Volgens het meest recente onderzoek hebben al zo'n 400.000 mensen in Nederland cryptovaluta. De kans is dus aanwezig dat uw cliënt op 1 januari ook een tegoed in cryptovaluta heeft. Deze valuta zijn in beginsel belast in box 3, maar heffing in box 1 is ook mogelijk. Nu gaan we in op de IB-heffing in box 3. In de volgende EFP-fiscasus behandelen we de heffing over cryptovaluta in box 1. In box 3 is belast de waarde van het tegoed in cryptovaluta op 1 januari. Heeft uw cliënt een aanzienlijk tegoed? Denk er dan zo nodig ook aan om een voorlopige aanslag aan te vragen. Maar welke waarde moet u aangeven en hoe controleert de inspecteur dat? Er is immers geen sprake van renseignering.
Het feit dat tegoeden in cryptovaluta niet gerenseigneerd worden, ontslaat uw cliënt uiteraard niet van de verplichting de waarde hiervan in box 3 aan te geven. Het betreft immers een vermogensrecht dat verhandelbaar is. Ook is het zo dat de Belastingdienst bij wisselkantoren kan opvragen of iemand bijvoorbeeld een online-bitcoinportemonnee (wallet) heeft. Een officiële koers per soort is er niet. U (of uw cliënt) zou kunnen uitgaan van de uiteenlopende waarden in euro zoals die op diverse sites kenbaar worden gemaakt. Verdedigbaar lijkt het om daarbij een discount toe te passen. Enerzijds past een discount voor de kosten die moeten worden gemaakt om het tegoed om te zetten in giraal geld. Anderzijds lijkt een discount geboden voor het koersrisico dat wordt gelopen vanwege de duur van deze transactie in combinatie met de volatiliteit van deze valuta.