De niet huwbare weduwnaar
Een weduwnaar heeft drie kinderen. De overleden echtgenote had een testament, waarin onder meer de wettelijke verdeling van toepassing is verklaard. De echtgenoten waren in 2007 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder verrekenbeding. De woning was hypotheekvrij en eigendom van de echtgenote, waarde destijds € 600.000. De weduwnaar gaat minder werken vanwege de zorg voor de kinderen. Het inkomenstekort zuivert hij aan met een hypothecaire lening op de woning die oploopt tot € 100.000. Als de kinderen volwassen zijn, ontmoet hij een nieuwe liefde die hij ten huwelijk vraagt. Zij willen in de woning van de weduwnaar gaan wonen. Maar zo makkelijk blijkt dat niet te zijn.
De kinderen hebben namelijk een vordering op hun vader ten gevolge van het overlijden van moeder: elk nominaal € 150.000 (ieder ¼ deel van de nalatenschap). Destijds is met de kinderen een rente van 6 % overeengekomen. De vader heeft echter per kind € 15.000 erfbelasting betaald. Na 10 jaar is de vordering opgelopen tot € 241.764. In beginsel is de vordering niet opeisbaar, maar moeder heeft in haar testament onder meer opgenomen dat, zodra vader gaat hertrouwen, de vordering van de kinderen opeisbaar wordt. Dit betekent dat vader 3 * € 241.764 zal moeten uitbetalen. De financiële aantrekkelijkheid van de weduwnaar is ineens een stuk minder.
Tip
Raadpleeg in deze situaties bij voorgenomen huwelijken altijd het testament van de vooroverleden ouder en treedt tijdig in overleg met de kinderen. Als de vorderingen opeisbaar zijn, is het de vraag of zij daadwerkelijk gaan opeisen.